Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2025:4676

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 juli 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
13-104982-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Hongarije ondanks detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Hongarije voor de overlevering van een persoon die een vrijheidsstraf van één jaar en acht maanden moet ondergaan wegens georganiseerde of gewapende diefstal.

De opgeëiste persoon was niet verschenen bij de zittingen, maar werd vertegenwoordigd door een niet-gemachtigde advocaat. De rechtbank constateerde dat de oproeping niet altijd volgens de wettelijke voorschriften had plaatsgevonden, maar uiteindelijk wel correct was voor de laatste zitting. De rechtbank stelde vast dat de procedure in hoger beroep correct was gevoerd en dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro niet van toepassing was.

Er was eerder een algemeen reëel gevaar vastgesteld voor onmenselijke behandeling in de penitentiaire inrichting Tiszalök in Hongarije. Echter, de Hongaarse autoriteiten gaven een individuele garantie dat de opgeëiste persoon niet in deze inrichting zal worden geplaatst, maar in een andere, veiligere inrichting. De rechtbank achtte deze garantie voldoende om het algemene gevaar weg te nemen.

De rechtbank concludeerde dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet en dat geen weigeringsgronden zich voordoen. Daarom werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-104982-25
Datum uitspraak: 3 juli 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 16 april 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 11 maart 2025 door
Zalaegerszeg Regional Court,Hongarije,
(hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1967,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 3 juni 2025 in aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Aanwezig is de, niet gemachtigde, raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. N.M. Delsing, advocaat in Amsterdam. De rechtbank heeft geconstateerd dat de oproeping van de opgeëiste persoon niet op bij de wet voorgeschreven wijze heeft plaats gevonden, zodat de oproeping nietig is.
De behandeling is voorgezet op de zitting van 19 juni 2025. De opgeëiste persoon is wederom niet verschenen. De raadsvrouw, mr. N.M. Delsing, is wel aanwezig maar is nog steeds niet gemachtigd. De rechtbank constateert dat de opgeëiste persoon voor deze zitting juist is opgeroepen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, zonder deze overleveringsdetentie nog langer te schorsen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
Judgment No. 4.B.87/2021/130 of the District Court of Zalaegerszeg, dated 03 October 2023 and final through Judgement No. 1.Bf.8/2024/8 of the Zalaegerszeg Regional Court, as the court of second instance, dated 21 May 2024, met referentie 7.Szv.195/2024/10.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en acht maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest van 21 mei 2024.
Dit arrest betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis Pro, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW Pro, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4]
De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een arrest terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij het proces dat tot die beslissing heeft geleid. Op grond van het EAB en de aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 8 mei 2025e stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon ook voor wat betreft de procedure in hoger beroep op de hoogte was van het voorgenomen proces, een advocaat heeft gemachtigd om haar verdediging te voeren, en dat deze advocaat tijdens het proces haar verdediging ook daadwerkelijk heeft gevoerd. De rechtbank is daarom van oordeel dat sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 12, sub b, OLW. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro is derhalve niet van toepassing.
4. Strafbaarheid
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
georganiseerde of gewapende diefstal.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Hongarije een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

5.Artikel 11 OLW Pro: Hongaarse detentieomstandigheden

In een eerdere uitspraak van 7 januari 2025 [5] heeft de rechtbank op basis van het rapport van
the Comittee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment(hierna: CPT) van 3 december 2024 overwogen dat sprake is van een onveilige situatie in de penitentiaire inrichting in Tiszalök, gelet op de
ill-treatmentvan gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling. Daarop heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Tiszalök een algemeen reëel gevaar bestaat dat zij aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 Handvest Pro.
Het
Ministry of Justice of Hungary, Department of International Criminal Lawheeft bij brief van 14 mei 2025, voor zover van belang, de volgende garantie gegeven:
“ (…)
[opgeëiste persoon] will not be placed in the Tiszalök National Prison, she will be transported for placement to the Szombathely National Prison as soon as possible.”
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. [6]
Uit deze individuele detentiegarantie volgt dat de opgeëiste persoon na overlevering niet zal worden gedetineerd in Tiszalök maar naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd in de detentie-instelling
Szombathely.Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op de verstrekte individuele garantie, hiermee het vastgestelde algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon weggenomen. De weigeringsgrond van artikel 11 OLW Pro staat niet aan de overlevering in de weg.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
Zalaegerszeg Regional Court,Hongarije, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. R.A. Sipkens, voorzitter,
mrs. B.M. Vroom-Cramer en D.M.S. Gribling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 juli 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (
6.HvJ EU van 25 juli 2018, zaak ML, ECLI:EU:C:2018:589.