De rechtbank Amsterdam behandelde op 17 juni 2025 het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het hof van beroep Antwerpen voor de overlevering van een Turkse verdachte die een gevangenisstraf van drie jaar moet ondergaan wegens illegale handel in verdovende middelen.
De verdachte verblijft al lange tijd rechtmatig in Nederland en heeft een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) adviseerde dat het strafbare feit kan leiden tot intrekking van zijn verblijfsrecht. De raadsman verzocht om weigering van overlevering en strafovername in Nederland, dan wel aanhouding van de zaak om nadere advisering van de IND te verkrijgen, mede op basis van medische en persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank constateerde dat het IND-advies is gebaseerd op het toetsingskader van de Vreemdelingenwet en het Vreemdelingenbesluit 2000, maar achtte het advies terughoudend vanwege de persoonlijke kwetsbaarheden en positieve ontwikkelingen van de verdachte, zoals zijn behandeling bij Fivoor en zijn werk als zzp-er.
Daarom besloot de rechtbank het onderzoek te heropenen en de IND te verzoeken het advies te herzien met inachtneming van de overgelegde medische en persoonlijke gegevens. De behandeling van het EAB wordt aangehouden tot de volgende zitting op 10 juli 2025, zodat de officier van justitie de IND nader kan bevragen.
Deze tussenuitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.