Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
door toedoenvan [gedaagde 1] en [gedaagde 2] verstoren van het huurgenot.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak staat het geschil centraal over het gebruik van bergingsruimten op de zolder van een pand. De huurder gebruikt deze ruimten al jaren en stelt dat deze onderdeel zijn van zijn huurovereenkomst, terwijl de verhuurder dit betwist en de zolder wil splitsen om het appartementsrecht te verkopen.
De rechtbank oordeelt dat de bergingsruimten A en B, ondanks afwijkingen in de splitsingstekening, door langdurig gebruik en betaling van WOZ-belasting onderdeel zijn van het gehuurde. De verhuurder heeft dit gebruik gedoogd sinds 2007 en kan zich niet beroepen op de splitsingstekening.
Daarnaast wordt de verhuurder gelast het ongestoorde huurgenot van deze bergingsruimten te respecteren, met een dwangsom bij overtreding. De tegenvordering van de verhuurder dat de huurder het gebruik van gemeenschappelijke ruimten als opslag moet staken wordt eveneens toegewezen, vanwege de functie van deze ruimten als vluchtroute en het onrechtmatig gebruik daarvan door de huurder.
De proceskosten worden gecompenseerd omdat beide partijen deels in het gelijk zijn gesteld. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bevat dwangsommen om naleving af te dwingen.
Uitkomst: De bergingsruimten op de zolder zijn onderdeel van het gehuurde en verhuurder moet het huurgenot respecteren; huurder moet gebruik van gemeenschappelijke ruimten als opslag staken.