Bij beschikking van 5 juli 2023 werd een mentorschap ingesteld voor betrokkene voor de duur van één jaar. Dit mentorschap werd op 19 juni 2024 reeds verlengd tot 5 juli 2025. De mentor en Stichting Philadelphia Zorg verzochten wederom om verlenging vanwege de risico's die beëindiging van het mentorschap met zich meebrengt.
Betrokkene wenst het mentorschap op te heffen en stelt zichzelf weer in staat haar niet-vermogensrechtelijke belangen zelfstandig te behartigen. Tijdens de mondelinge behandeling op 10 juni 2025 gaf zij aan zelfstandig te willen wonen met ambulante ondersteuning, maar ervaart tegenwerking van de mentor.
De kantonrechter oordeelt op basis van de stukken en de zitting dat onvoldoende is komen vast te staan dat de grond voor het mentorschap is komen te vervallen. Gezien de zorg voor haar dochter en de situatie acht de rechter verlenging van het mentorschap voor een jaar noodzakelijk. Betrokkene en mentor worden verzocht uiterlijk 5 juni 2026 schriftelijk verslag te doen over het verloop en de noodzaak van het mentorschap.