ECLI:NL:RBAMS:2025:3664

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juni 2025
Publicatiedatum
3 juni 2025
Zaaknummer
11612405 \ EA VERZ 25-310
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenbeschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 FwArt. 25 FwArt. 26 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Procedure geschorst wegens faillissement van werkgever bij arbeidsrechtelijk geschil

Op 3 juni 2025 heeft de rechtbank Amsterdam een beschikking gegeven in een arbeidsrechtelijke procedure tussen verzoeker en The Health House Groep B.V. Verzoeker was sinds 12 juli 2024 in dienst als winkelmedewerker en werd op 26 januari 2025 op staande voet ontslagen. Hij vorderde onder meer de nietigheid van het ontslag, billijke vergoeding, transitievergoeding, achterstallig loon en vakantiedagen.

Daags voor de mondelinge behandeling werd The Health House Groep failliet verklaard. Verzoeker gaf vervolgens aan geen zelfstandig belang te hebben bij de gevorderde verklaring voor recht. Op grond van artikel 29 Faillissementswet Pro werd de procedure van rechtswege geschorst. De mondelinge behandeling ging niet door en de zaak werd voor onbepaalde tijd aangehouden.

De rechtbank benadrukte het onderscheid tussen verifieerbare vorderingen die geschorst worden bij faillissement en niet-verifieerbare vorderingen die niet automatisch geschorst worden. Omdat verzoeker geen zelfstandig belang had bij de verklaring voor recht, werd ook die vordering geschorst. Verdere beslissingen werden aangehouden totdat partijen aangeven de procedure te willen voortzetten.

Uitkomst: De procedure is geschorst en voor onbepaalde tijd aangehouden wegens faillissement van de werkgever en het ontbreken van zelfstandig belang bij de verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer / rekestnummer: 11612405 \ EA VERZ 25-310
Beschikking van 3 juni 2025
in de zaak van
[verzoeker],
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. R.F. van Emden,
tegen
THE HEALTH HOUSE GROEP B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
verwerende partij,
hierna te noemen: The Health House Groep,
vertegenwoordigd door: [vertegenwoordiger van de B.V.] .
De zaak in het kort
Daags voor de mondelinge behandeling is The Health House Groep failliet verklaard. Omdat [verzoeker] vervolgens heeft verklaard geen zelfstandig belang te hebben bij de door hem verzochte verklaring voor recht, is de mondelinge behandeling niet doorgegaan. De procedure is geschorst op grond van artikel 29 Faillissementswet Pro (hierna: Fw).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van 9 mei 2025 met producties.
1.2.
De mondelinge behandeling was bepaald op dinsdag 27 mei 2025. Per e-mail van 23 mei 2025 informeerde de gemachtigde van [verzoeker] de rechtbank dat The Health House Groep op 20 mei 2025 in staat van faillissement is komen te verkeren. De gemachtigde heeft vervolgens desgevraagd laten weten dat [verzoeker] geen zelfstandig belang heeft bij de door hem verzochte verklaring voor recht. Partijen zijn daarop geïnformeerd dat de mondelinge behandeling geen doorgang zou vinden.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 2008, is op 12 juli 2024 in dienst getreden bij The Health House Groep. Zijn functie was winkelmedewerker/runner en hij verdiende € 12,50 bruto per uur inclusief vakantietoeslag.
2.2.
Op 26 januari 2025 is [verzoeker] op staande voet ontslagen.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoeker] heeft zich bij het ontslag op staande voet neergelegd, maar verzoekt de kantonrechter – samengevat – om voor recht te verklaren dat het ontslag op staande voet ongeldig is, met veroordeling van The Health House Groep tot betaling van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, de transitievergoeding, achterstallig loon met wettelijke verhoging en niet-opgenomen vakantiedagen. Voor het geval de arbeidsovereenkomst wel rechtsgeldig zou zijn beëindigd, verzoekt hij veroordeling van The Health House Groep tot betaling van de transitievergoeding, achterstallig loon met wettelijke verhoging en niet-opgenomen vakantiedagen. Ook verzoekt hij wettelijke rente over die bedragen en proceskosten.

4.De beoordeling

Wat zijn de gevolgen van het faillissement voor de verzoeken?
4.1.
Als de verwerende partij tijdens een lopende procedure failliet wordt verklaard, moet een onderscheid worden gemaakt tussen rechtsvorderingen die de voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben (verifieerbare vorderingen zoals bedoeld in artikel 26 Fw Pro) en rechtsvorderingen die niet de voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben, maar waarbij wel een belang van de boedel betrokken is (niet-verifieerbare vorderingen zoals bedoeld in artikel 25 Fw Pro).
4.2.
Verifieerbare vorderingen worden door de faillietverklaring van rechtswege geschorst op grond van artikel 29 Fw Pro, om te kunnen worden voortgezet als de vordering ter verificatie wordt betwist. Niet-verifieerbare vorderingen worden niet van rechtswege geschorst, maar kunnen op verzoek van de verzoekende partij worden geschorst om de curator in het geding op te roepen (artikel 28 Fw Pro).
4.3.
De door [verzoeker] verzochte veroordeling tot betaling van de verschillende vergoedingen, het achterstallig loon met wettelijke verhoging en de niet-opgenomen vakantiedagen zijn verifieerbare vorderingen. De verzoeken daartoe zijn daarom op grond van artikel 29 Fw Pro vanaf het faillissement van rechtswege geschorst. Dat geldt ook voor de verzochte verklaring voor recht, aangezien [verzoeker] desgevraagd heeft verklaard daarbij geen zelfstandig belang te hebben (HR 21 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:675).
4.4.
De procedure is dus van rechtswege geschorst. De zaak wordt voor onbepaalde tijd aangehouden. Als een partij wenst voor te procederen, dient zij de rechtbank dienovereenkomstig te berichten.
4.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
5. De beslissing
De kantonrechter
5.1.
verstaat dat het geding op grond van artikel 29 Faillissementswet Pro is geschorst;
5.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M.B. Cramwinckel en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2025.