In deze civiele procedure vordert de gedaagde dat zijn echtgenote mag tussenkomen in de hoofdzaak en dat White & Black B.V. (W&B) in vrijwaring wordt opgeroepen. De kantonrechter oordeelt dat de vordering tot tussenkomst niet-ontvankelijk is omdat de echtgenote zelf het verzoek had moeten indienen en de gedaagde zelf partij is in de hoofdzaak. De vordering tot vrijwaring wordt afgewezen omdat de gedaagde onvoldoende heeft onderbouwd dat er een rechtsverhouding bestaat tussen hem en W&B die tot aansprakelijkheid van W&B leidt.
De kantonrechter verwijst de hoofdzaak naar een nieuwe rolzitting voor het nemen van een conclusie van antwoord door de gedaagde. De gedaagde wordt veroordeeld in de kosten van het incident, begroot op €883,00, te vermeerderen met wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
De uitspraak is gedaan door kantonrechter R. Kruisdijk op 29 april 2025 in aanwezigheid van de griffier.