De zaak betreft een verzoek van een werknemer van de Politie Amsterdam, die sinds 1998 werkzaam is als documentalist en buitengewoon opsporingsambtenaar, om een voorlopig deskundigenonderzoek te gelasten. Dit verzoek volgt op eerdere procedures waarin aansprakelijkheid van KLM Health Services B.V. en de Politie werd betwist met betrekking tot de behandeling van haar rugklachten en het ontstaan van een partieel caudasyndroom.
De rechtbank verwijst naar een eerdere deelgeschilbeschikking van 6 december 2018 waarin het verzoek tot aansprakelijkheid werd afgewezen. Die beschikking heeft bindende eindbeslissing karakter. De verzoekster heeft nog geen bodemprocedure aanhangig gemaakt en is voornemens hoger beroep in te stellen tegen die beschikking.
De rechtbank overweegt dat een verzoek tot voorlopig deskundigenonderzoek in beginsel moet worden toegewezen indien het ter zake dienend is, maar dat dit niet het geval is als het verzoek in strijd is met de goede procesorde of misbruik van recht betreft. Nu de verzoekster nog geen rechtsmiddelen tegen de deelgeschilbeschikking heeft benut en de rechtbank gebonden is aan die eindbeslissing, is het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht in deze fase niet toewijsbaar.
De rechtbank wijst het verzoek af, veroordeelt de verzoekster in de proceskosten van KLM Health Services B.V. en verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2025 door rechter R.H.C. van Harmelen.