Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
the Judge for Preliminary Investigations at the Court of Milanin Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 6 maart 2025 de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Italië op 21 oktober 2024. De opgeëiste persoon, een Nederlander geboren in 1974, was aanwezig bij de eerste zitting op 31 december 2024 en werd bijgestaan door zijn raadsman.
Tijdens de procedure verlengde de rechtbank de beslistermijn meerdere malen en beval zij gevangenhouding met schorsing. Na vragen over detentiegaranties in Italië werd het onderzoek geschorst en later voortgezet op 20 februari 2025, waarbij de opgeëiste persoon en zijn raadsman niet verschenen. De gevangenhouding werd op 18 februari 2025 opgeheven.
De rechtbank stelde vast dat het EAB door de Italiaanse autoriteit was ingetrokken, waardoor de officier van justitie niet-ontvankelijk moest worden verklaard in zijn vordering tot overlevering. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters en is onherroepelijk.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard omdat het Europees aanhoudingsbevel door de Italiaanse autoriteit is ingetrokken.