Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met producties.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een vordering van eiser tot voortzetting van de huurovereenkomst van een overleden huurder op grond van artikel 7:268 lid 2 BW Pro. Eiser stelde dat hij een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde met de overleden huurder, onderbouwd met zorgverlening, gezamenlijke activiteiten en financiële bijdragen.
Rochdale betwistte dit en stelde dat eiser niet voldeed aan de verzwaarde stelplicht en bovendien niet in aanmerking komt voor een huisvestingsvergunning. De kantonrechter oordeelde dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding, met name omdat de financiële verstrengeling en wederkerigheid ontbraken.
De zorgrelatie waarbij eiser voor de huurder zorgde, was onvoldoende om voortzetting van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Ook was niet aannemelijk dat eiser een huisvestingsvergunning voor de woning zou krijgen. De vordering tot voortzetting werd afgewezen en eiser werd veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen een maand na betekening van het vonnis. De ontruiming werd niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Proceskosten werden toegewezen aan Rochdale.
Uitkomst: De vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld tot ontruiming binnen één maand.