Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
aanleggen aantijdelijk ongebruikte delen van terrein I betrekking heeft op aanleggen aan land. Aan water kan immers niet worden aangelegd. Dat met
aanleggen aantijdelijk ongebruikte delen van terrein I niet tevens is bedoeld
aanleggen inwater van terrein I, vindt bevestiging in het feit dat elders in de bepaling is gekozen voor de woorden ‘watervlakten langs dit terrein’. Kennelijk hebben partijen bij het opstellen van deze bepaling een onderscheid willen maken tussen ‘terrein’ (land) en ‘watervlakten’. Het voorgaande betekent dat het Havenbedrijf aan artikel 14 van Pro de Akte van 1970 niet het recht kan ontlenen om kegelschepen te laten overliggen in het water van terrein I.
€ 178,00(plus de verhoging als vermeld in de beslissing)