ECLI:NL:RBAMS:2025:1354
Rechtbank Amsterdam
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tegen uitgetreden vennoot wegens verjaring persoonlijke aansprakelijkheid
Intrum vordert betaling van onbetaalde energiefacturen van een lunchroom geëxploiteerd door een vennootschap onder firma waarvan [gedaagde] uitgetreden vennoot is. De overeenkomst met de energieleverancier is gesloten tijdens het vennootschapstijdperk, maar de facturen zijn onbetaald gebleven na het uittreden van [gedaagde].
De rechtbank overweegt dat hoewel een uitgetreden vennoot in beginsel aansprakelijk blijft voor verbintenissen aangegaan vóór het uittreden, de vorderingen jegens [gedaagde] persoonlijk zijn verjaard. Dit komt doordat de aanmaningen steeds aan de vof zijn gericht en niet aan [gedaagde] persoonlijk, waardoor de verjaring niet is gestuit.
Intrum kan daarom [gedaagde] niet persoonlijk aansprakelijk stellen voor de openstaande facturen. De vordering wordt afgewezen en Intrum wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De rechtbank verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering van Intrum tegen de uitgetreden vennoot wordt afgewezen wegens verjaring van de persoonlijke aansprakelijkheid.