ECLI:NL:RBAMS:2025:1249

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
27 februari 2025
Publicatiedatum
27 februari 2025
Zaaknummer
13-162923-23
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan van overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks zorgen over detentieomstandigheden in Polen

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Poolse autoriteiten voor de overlevering van een Poolse verdachte geboren in 2001. Tijdens de procedure werd aandacht besteed aan de detentieomstandigheden in de Poolse gevangenis Barczewo, waaruit eerdere rapporten zorgwekkende situaties toonden.

Na een tussenuitspraak waarin de rechtbank het onderzoek opschortte om aanvullende informatie te verkrijgen over de detentieomstandigheden, werd bevestigd dat de opgeëiste persoon naar verwachting in een andere gevangenis, te weten de Correctional Facility No.1 in Wrocław, zal worden geplaatst. Hierdoor achtte de rechtbank het risico op onmenselijke of vernederende behandeling niet relevant voor deze zaak.

De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de wettelijke vereisten en dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn. Op grond hiervan werd de overlevering aan Polen toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Polen toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-162923-23
Datum uitspraak: 26 februari 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 11 november 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 13 juni 2023 door de
District Court of Legnica - III Criminal Departmentin Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 2001 te [geboorteplaats] (Polen),
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
nu gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 8 januari 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 8 januari 2025, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [2] Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak van 22 januari 2025 [3]
In de tussenuitspraak van 22 januari 2025 heeft de rechtbank – onder meer – stilgestaan bij de detentieomstandigheden in de gevangenis van Barczewo in Polen. Kortgezegd heeft de rechtbank vastgesteld dat zij er in het verleden ten onrechte vanuit is gegaan dat geografische aspecten doorslaggevend zijn bij de plaatsing van een veroordeelde in het Poolse gevangeniswezen, waardoor niet langer kan worden uitgesloten dat een opgeëiste persoon in de gevangenis in Barczewo wordt geplaatst. Daarbij heeft de rechtbank gewezen op het rapport van
the Commissioner for Human Rights on the Activities of the National Mechanism for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishmentvan 2022 (hierna: het NMPT-rapport), dat blijk geeft van een zorgelijke situatie met betrekking tot de detentieomstandigheden in de Barczewo gevangenis.
In het licht van deze zorgen heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en direct geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om aanvullende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen, ter beoordeling van de vraag of er ten aanzien van de gevangenis is Barczewo sprake is van een algemeen reëel gevaar van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van Pro het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) zoals bedoeld in het arrest van het Hof van Justitie van 5 april 2016. [4]
Tot slot heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen opnieuw met dertig dagen verlengd (artikel 22, vijfde lid, OLW), onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding (artikel 27, derde lid, OLW).
Zitting van 12 februari 2025
De behandeling van het EAB is – met instemming van partijen in gewijzigde samenstelling – voortgezet op de zitting van 12 februari 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman,
mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak van 22 januari 2025

De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 22 januari 2025, waarin zij heeft geoordeeld over de grondslag en de inhoud van het EAB, de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 12 OLW Pro, de dubbele strafbaarheid van het in het EAB vermelde feit en de toepassing van artikel 11 OLW Pro in het licht van artikel 47 van Pro het Handvest. Deze overwegingen dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.

4.Artikel 11 OLW Pro: detentieomstandigheden in Polen

De rechtbank verwijst in dit kader allereerst naar haar overwegingen in rechtsoverweging 5 van de voornoemde tussenuitspraak van 22 januari 2025. Deze overwegingen dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Het openbaar ministerie heeft de volgende vraag, als in de tussenuitspraak van 22 januari 2025 door de rechtbank geformuleerd, voorgelegd aan de uitvaardigende justitiële autoriteit:
“In welke gevangenis zal de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid geplaatst worden na zijn eventuele overlevering naar Polen?”
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij brief van 5 februari 2025 het volgende geantwoord:

Answering your inquiry of 23nd January 2025, this District Court (..) of Legnica III criminal Department informs you kindly that after surrender to the territory of Poland [opgeëiste persoon] , son of [naam] , will be held in the Correctional Facility No.1 in Wrocław pursuant to zoning.”
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft bij meerdere uitspraken van 16 januari 2025 beslist aanvullende vragen te stellen aan de Poolse autoriteiten in het kader van het onderzoek naar een eventueel algemeen gevaar in de penitentiaire inrichting in Barczewo. Hierbij heeft zij gekozen de vragen voor te leggen in een beperkt aantal overleveringszaken, met het doel de beantwoording overzichtelijk te houden en (eventueel) van een centrale autoriteit in Polen antwoorden te verkrijgen.
De rechtbank heeft vervolgens in één van deze zaken bij uitspraak van 14 februari 2025 [5] - kort samengevat – geoordeeld dat er geen algemeen reëel gevaar bestaat dat gedetineerden in de penitentiaire inrichting Barczewo onmenselijk of vernederend worden behandeld.
Gelet op het voorgaande is de vraag in welke gevangenis de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden geplaatst na overlevering om zijn straf uit te zitten niet langer relevant en behoeft het antwoord van de uitvaardigende justitiële autoriteit op deze vraag geen verdere bespreking. Artikel 11 OLW Pro staat niet aan overlevering in de weg.

5.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan de
District Court of Legnica - III Criminal Departmentin Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.P.W. Helmonds, voorzitter,
mrs. M.C.M. Hamer en M. Westerman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. L.P. van Kessel, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 februari 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie 5 april 2016, gevoegde zaken C-404/15 en C-659/15 PPU (Aranyosi and Căldăraru), ECLI:EU:C:2016:198.