Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
Wrakingskamer
1.De procedure
2.Het verzoek
3.De beoordeling
leden, op 3 december 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Rechtbank Amsterdam
Bij de rechtbank Amsterdam is een verzoek tot verschoning ingediend tegen een bestuursrechter die is aangewezen voor de behandeling van een bestuursrechtelijke zaak (zaaknummer AWB 24/6607). Het verzoek is gebaseerd op het feit dat de rechter een persoonlijke relatie heeft met een procespartij, namelijk dat hij eiseres kent en ook haar zus en vader, waardoor hij mogelijk op de hoogte is van achtergronden die in de zaak meespelen.
De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:19 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat bepaalt dat een verschoningsverzoek zonder mondelinge behandeling kan worden beslist. Verschoning dient ter verzekering van het vertrouwen in de rechterlijke onpartijdigheid.
De rechtbank concludeert dat er een geobjectiveerde vrees bestaat dat de rechter de zaak niet onpartijdig kan behandelen vanwege de persoonlijke kennisschappelijke relatie. Daarom wordt het verzoek tot verschoning toegewezen en wordt de zaak voortgezet door een andere rechter. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.