ECLI:NL:RBAMS:2025:10709

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
13/373120-24 (tussentijdse toetsing ISD-maatregel)
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voortzetting van de ISD-maatregel na tussentijdse toetsing

In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 31 december 2025 uitspraak gedaan over de voortzetting van de ISD-maatregel voor een veroordeelde, die op 14 maart 2025 was opgelegd voor de duur van twee jaar. De veroordeelde, geboren in 2000 en zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, is momenteel gedetineerd in een inrichting voor stelselmatige daders. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende stukken, waaronder een verzoek tot tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel, ingediend door de veroordeelde en zijn raadsman, mr. F.G.J. Staals. Tijdens de openbare zitting op 17 december 2025 zijn zowel de officier van justitie als de raadsman gehoord, evenals een deskundige van de P.I. die digitaal deelnam.

De rechtbank heeft het voortgangsverslag van de P.I. beoordeeld, waaruit blijkt dat de veroordeelde geen recht heeft op een extramurale fase of re-integratietraject in Nederland vanwege zijn VRIS-status. Ondanks dat hij niet onder dwang kan worden uitgezet, kan hij wel vrijwillig terugkeren naar zijn land van herkomst. De rechtbank heeft vastgesteld dat de veroordeelde zich in het ISD-traject goed inzet, maar dat zijn toekomstperspectief nog niet realistisch is. De rechtbank oordeelt dat de ISD-maatregel moet worden voortgezet, omdat de doelstellingen van de maatregel nog niet zijn bereikt en er een verhoogd recidiverisico bestaat bij beëindiging van de maatregel.

De rechtbank heeft geconcludeerd dat de voorwaarden voor voortzetting van de ISD-maatregel zijn voldaan en heeft besloten dat de tenuitvoerlegging van de maatregel wordt voortgezet. Deze beslissing is genomen in het belang van de beveiliging van de maatschappij en om te voorkomen dat de veroordeelde in de illegaliteit terechtkomt, wat het recidiverisico zou verhogen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13-373120-24 (tussentijdse toetsing ISD-maatregel)
Deze rechtbank heeft op 14 maart 2025 de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor
stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:

[de veroordeelde] ,

geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 2000,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in de [P.I.] ,
locatie [locatie] .

Procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld
parketnummer, waaronder:
- het vonnis van deze rechtbank van 14 maart 2025;
- het verzoek van 29 september 2025 op grond van artikel 6:6:14 lid 2 van het Wetboek van
Strafvordering van de veroordeelde en zijn raadsman mr. F.G.J. Staals om een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel;
- een uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 29 oktober 2025;
- het voortgangsverslag ten behoeve van deze tussentijdse toetsing ISD van 2 december 2025, opgesteld door [naam 1] (Senior casemanager van [P.I.] ) en [naam 2] (Plv. vestigingsdirecteur van P.I. [P.I.] ).
De rechtbank heeft op 17 december 2025 de officier van justitie mr. B. Hogewind en raadsman mr. F.G.J. Staals, advocaat te Weesp, op de openbare terechtzitting gehoord. De deskundige [naam 1] , verbonden aan de P.I. [P.I.] , heeft digitaal deelgenomen aan de zitting.

Beoordeling

Verloop van het ISD-traject
Het voortgangsverslag van de P.I. [P.I.]
Uit het toetsingsverslag van 2 december 2025 blijkt, zakelijk weergegeven, onder meer het volgende.
Vanwege de VRIS-status van veroordeelde gecombineerd met het geen aanspraak kunnen maken op sociale voorzieningen in Nederland heeft veroordeelde gedurende de ISD-maatregel geen recht op een extramurale fase en een re-integratietraject in Nederland. De begeleiding zal daardoor alleen ambulant zijn binnen de muren van de inrichting.
Ondanks dat de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTenV) veroordeelde niet onder dwang mag uitzetten naar het land van herkomst, kan veroordeelde wel meewerken aan een vrijwillig vertrek naar het land van herkomst met tussenkomst van de DTenV. Gelet op verslavingsproblematiek werd veroordeelde aangemeld bij Stichting [stichting] die in deze inrichting verslavingsbegeleiding biedt. Veroordeelde heeft inzichtgevende gesprekken met de maatschappelijk werker van [stichting] gehad en neemt deel aan de ‘runningtherapie’. De groepstraining ‘jij aan het roer’ bestaande uit 8 sessies heeft veroordeelde op gemotiveerde wijze volbracht.
Veroordeelde neemt om de week deel aan de groepssessies van de AA in de Poolse taal. Naast deze groepssessies heeft hij individuele gesprekken met de AA. De verpleegkundig specialist [instelling] ziet hem gemiddeld maandelijks in het kader van zelfontwikkeling. Veroordeelde was aangemeld bij de afdeling onderwijs, maar na een paar keer onderwijs gevolgd te hebben heeft hij daarvoor al vrij snel bedankt. Op 13 oktober 2025 is veroordeelde aangemeld bij de organisatie [organisatie] , die cultureel forensische zorg biedt met als doel het maken van een toekomst perspectiefplan. Hij staat voor deze interventie nog op de wachtlijst.
Veroordeelde is niet meewerkend aan terugkeer naar het land van herkomst en op dit moment is het niet mogelijk hem gedwongen terug te laten keren. Hoe veroordeelde zijn toekomst wenst in te vullen is vooralsnog niet concreet. Hij lijkt met behulp van de gevolgde interventies een stap gemaakt te hebben in het verkrijgen van zelfinzicht in relatie tot verslavingsproblematiek en delictgedrag. Door middel van het aanbieden van recidive verlagende begeleiding wordt gepoogd hem inzicht te geven in zijn perspectieven. Zijn toekomstperspectief is (vooralsnog) niet realistisch en concreet. Met behulp van de organisatie [organisatie] kan hij gaan werken aan een realistisch toekomstperspectiefplan.
Uit telefonisch contact met de IND is gebleken dat veroordeelde niet meer onder de
Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt. Bij opheffing van de maatregel op dit moment zal veroordeelde verdwijnen in de illegaliteit, waarbij hij geen aanspraak kan maken op sociale voorzieningen, wat een verhoogd recidiverisico met zich mee kan brengen. Op grond van het bovenstaande adviseert de P.I. voortzetting van de ISD-maatregel.
Advies van de deskundige
De deskundige heeft het advies op de openbare terechtzitting bevestigd.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de ISD-maatregel beëindigd moet worden. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de ISD-maatregel destijds alleen is opgelegd vanwege onduidelijkheid over verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming voor [nationaliteit] . Die regeling is verlengd en veroordeelde valt daaronder. Doordat veroordeelde geen recht heeft op de extramurale fase is er sprake van het ontbreken van enig perspectief en is voortzetting van de maatregel zinloos. Daarnaast is het recidivegevaar niet langer aanwezig.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank moet beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van veroordeelde.
De ISD-maatregel is opgelegd voor de duur van twee jaar. Voor vreemdelingen in de strafrechtketen (VRIS) geldt dat bij het bepalen van een traject voor de veroordeelde vanaf het begin de terugkeer naar het land van herkomst centraal staat. In het geval van veroordeelde is terugkeer naar [land van herkomst] één van de doelen, naast interventies op diverse leefgebieden ter voorkoming van recidive.
Op grond van de hiervoor genoemde stukken en het verhandelde op de openbare terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel moet worden voortgezet. Daarvoor is het volgende redengevend.
Hoewel de rechtbank heeft gezien dat veroordeelde zich in het ISD-traject in het algemeen goed inzet, geldt dat hij in het verleden te kampen heeft gehad met een hardnekkige alcoholverslaving. Veroordeelde heeft dit op zitting ook erkend. Uit het toetsingsverslag blijkt dat op dit moment het toekomstperspectief nog niet realistisch en concreet is. Door middel van het aanbieden van recidive verlagende begeleiding wordt geprobeerd veroordeelde inzichten te geven in zijn perspectieven. Een termijn van ten minste een jaar is noodzakelijk om de maatregel effectief te laten zijn en die termijn is nog niet verstreken. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat de doelstellingen van de ISD-maatregel om recidivegevaar te beëindigen en zo de maatschappij te beveiligen op dit moment nog niet zijn bereikt.
In het geval dat de ISD-maatregel aan vreemdelingen zonder verblijfrecht in Nederland wordt opgelegd, heeft de ISD-maatregel ook tot doel om terugkeer naar het land van herkomst mogelijk te maken. Tot nu toe heeft veroordeelde geen medewerking willen verlenen aan terugkeer naar [land van herkomst] , omdat hij niet mee wil vechten in de oorlog. Veroordeelde is ook niet van plan om hier in de toekomst wel aan mee te werken. Volgens het toetsingsverslag valt veroordeelde niet onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. Alhoewel de raadsman stelt dat veroordeelde rechten kan ontlenen aan deze richtlijn, is dit niet nader geconcretiseerd. Op dit moment loopt er geen vreemdelingrechtelijke procedure. Het is aan veroordeelde om contact op te nemen met IND om te kijken naar de mogelijkheden ten aanzien van zijn verblijfstatus. Dit is dan ook een omstandigheid die binnen de macht van veroordeelde ligt. De rechtbank wil – ter beveiliging van de maatschappij en gelet op zijn verblijfsstatus – voorkomen dat veroordeelde bij een beëindiging van de ISD-maatregel illegaal op straat zal belanden. Veroordeelde kan namelijk geen aanspraak maken op sociale voorzieningen en hij heeft geen werk of woning, waardoor het risico dat hij recidiveert te groot is.
Aan de voorwaarden voor voortzetting van de ISD-maatregel is voldaan.
Daarom wordt als volgt beslist.
Gezien artikel 6:6:14 van liet Wetboek van Strafvordering.

Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.
Deze beslissing is gegeven door:
mr. P.K. Oosterling-van der Maarel, voorzitter,
mrs. J. Thomas en B.C. Langendoen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J.D. Hartman, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 december 2025.