ECLI:NL:RBAMS:2025:10709
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.K. Oosterling-van der Maarel
- J. Thomas
- B.C. Langendoen
- Rechtspraak.nl
Voortzetting van de ISD-maatregel na tussentijdse toetsing
In deze zaak heeft de Rechtbank Amsterdam op 31 december 2025 uitspraak gedaan over de voortzetting van de ISD-maatregel voor een veroordeelde, die op 14 maart 2025 was opgelegd voor de duur van twee jaar. De veroordeelde, geboren in 2000 en zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, is momenteel gedetineerd in een inrichting voor stelselmatige daders. De rechtbank heeft kennisgenomen van verschillende stukken, waaronder een verzoek tot tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel, ingediend door de veroordeelde en zijn raadsman, mr. F.G.J. Staals. Tijdens de openbare zitting op 17 december 2025 zijn zowel de officier van justitie als de raadsman gehoord, evenals een deskundige van de P.I. die digitaal deelnam.
De rechtbank heeft het voortgangsverslag van de P.I. beoordeeld, waaruit blijkt dat de veroordeelde geen recht heeft op een extramurale fase of re-integratietraject in Nederland vanwege zijn VRIS-status. Ondanks dat hij niet onder dwang kan worden uitgezet, kan hij wel vrijwillig terugkeren naar zijn land van herkomst. De rechtbank heeft vastgesteld dat de veroordeelde zich in het ISD-traject goed inzet, maar dat zijn toekomstperspectief nog niet realistisch is. De rechtbank oordeelt dat de ISD-maatregel moet worden voortgezet, omdat de doelstellingen van de maatregel nog niet zijn bereikt en er een verhoogd recidiverisico bestaat bij beëindiging van de maatregel.
De rechtbank heeft geconcludeerd dat de voorwaarden voor voortzetting van de ISD-maatregel zijn voldaan en heeft besloten dat de tenuitvoerlegging van de maatregel wordt voortgezet. Deze beslissing is genomen in het belang van de beveiliging van de maatschappij en om te voorkomen dat de veroordeelde in de illegaliteit terechtkomt, wat het recidiverisico zou verhogen.