ECLI:NL:RBAMS:2025:10698

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
6 januari 2026
Zaaknummer
13/060567-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot beëindiging ISD-maatregel en voortzetting tenuitvoerlegging

Op 31 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de aan de veroordeelde opgelegde ISD-maatregel afgewezen. De rechtbank had eerder op 7 juni 2024 de ISD-maatregel voor de duur van twee jaren opgelegd aan de veroordeelde, die in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven. De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder het verzoek van de raadsman van de veroordeelde tot tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel. De rechtbank heeft vastgesteld dat de veroordeelde niet gemotiveerd is voor behandeling en dat zijn klinische behandeling niet van de grond is gekomen. Er zijn zorgen over zijn psychische toestand en het risico op recidive is onverminderd hoog. De rechtbank heeft geconcludeerd dat de voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is voor de beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van recidive. De rechtbank heeft een trajectplan opgesteld voor de resterende periode van de ISD-maatregel, waarin leefstijl- en cognitieve vaardigheidstrainingen worden aangeboden. De rechtbank heeft de beslissing genomen om het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel af te wijzen en de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel te vereisen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling Publiekrecht
Teams Strafrecht
Parketnummer: 13/060567-24
Datum uitspraak: 31 december 2025
Deze rechtbank heeft op 7 juni 2024 de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatig daders (ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[BRP-adres] ,
nu gedetineerd in [penitentiaire inrichting 1] ;
hierna: veroordeelde.

1.Procesgang

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:
  • het vonnis van deze rechtbank van 7 juni 2024;
  • het verzoek van 25 september 2025 ex artikel 6:6:14, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) namens veroordeelde, ingediend door zijn raadsman mr. R.J. Pardijs, tot een tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel;
  • een voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel van 26 november 2025, opgemaakt door senior casemanager [senior casemanager] , werkzaam bij de [penitentiaire inrichting 1] , ten behoeve van een toetsing van de ISD-maatregel.
De rechtbank heeft op 17 december 2025 de officier van justitie, veroordeelde, zijn raadsman, mr. R.J. Pardijs, en zijn casemanager, [senior casemanager] , op de openbare terechtzitting gehoord.

2.Beoordeling

2.1.
De opgelegde ISD-maatregel
Bij vonnis van 7 juni 2024 van deze rechtbank is aan veroordeelde de ISD-maatregel opgelegd voor de duur van twee jaren. Daarbij heeft de rechtbank onder meer overwogen dat de onvoorwaardelijke ISD-maatregel passend is, omdat er geen andere mogelijkheden zijn om de maatschappij te beschermen tegen de delicten die verdachte pleegt en om het recidiverisico terug te brengen. Binnen de maatregel kan, afhankelijk van de medewerking van verdachte, bovendien hulp ten aanzien van zijn problematiek worden geboden.
2.2.
Verloop van het ISD-traject en het advies van de deskundige
Uit de rapportage ten behoeve van de toetsing van de ISD-maatregel blijkt onder meer het volgende.
Op 25 juni 2024 is de ISD-maatregel van veroordeelde ingegaan, waarna hij op 14 augustus 2024 is overgeplaatst naar de ISD-afdeling van [penitentiaire inrichting 2] . Op 22 oktober 2024 kreeg veroordeelde tijdens het Trajectbepalend Overleg (TBO) van [penitentiaire inrichting 2] een klinisch traject aangeboden voor plaatsing in een Forensische Psychiatrische Kliniek met een vervolgplaatsing in een beschermd/begeleid wonen instantie. Hiermee ging hij akkoord. Op 28 november 2024 vond er in [penitentiaire inrichting 2] een incident plaats waarbij veroordeelde meerdere personeelsleden fysiek heeft aangevallen en uitgescholden. Hij wordt hierop overgeplaatst naar de ISD-afdeling van de [penitentiaire inrichting 1] , waar zijn traject wordt voortgezet.
Op 25 februari 2025 is veroordeelde in het kader van de ISD-maatregel vanuit de [penitentiaire inrichting 1] overgeplaatst naar de [Forensische Psychiatrische Kliniek] . Betrokkene liet daar van meet af aan vreemd gedrag zien, waarna hij is geplaatst op de Forensic High & Intensive care in hetzelfde gebouw. Hij lijkt ontregeld te zijn en getracht wordt hem daar te stabiliseren. Omdat hij vreemde gedragingen blijft vertonen, wordt besloten hem andere antipsychotica te geven. Hierna gaat het psychotische beeld naar de achtergrond, maar komen antisociale kenmerken en impuls- en emotieregulatieproblematiek op de voorgrond te staan. Omdat veroordeelde niet gemotiveerd is voor behandeling, hij zijn problemen op het gebied van verslaving, emotieregulatie en coping niet wil aanpakken en de kliniek meer agressief gedrag richting medewerkers of patiënten vreest, wordt besloten dat hij niet terug kan naar [Forensische Psychiatrische Kliniek] en wordt hij teruggeplaatst naar de ISD-afdeling van [penitentiaire inrichting 1] .
Op de ISD-afdeling van de [penitentiaire inrichting 1] laat veroordeelde een wisselend beeld zien waarbij hij op verschillende momenten verward verdrag laat zien en voor overlast zorgt. Hij weigert met regelmaat zijn medicatie waardoor hij verder ontregeld raakt. Hierdoor heeft hij niet mee kunnen doen aan eerdere leefstijl en cognitieve vaardigheden trainingen. Gebleken is dat veroordeelde met regelmaat cannabis gebruikt waardoor hij voor dagbesteding buiten de penitentiaire inrichting niet in aanmerking komt. Daarnaast heeft hij verschillende disciplinaire straffen ontvangen.
Dat betekent dat de klinische behandeling van veroordeelde niet van de grond is gekomen waardoor hij vooralsnog onvoldoende behandeld is voor de risicofactoren die bij lijken te dragen aan het recidiverisico ten aanzien van geweldsdelicten. Veroordeelde staat momenteel niet open voor een tweede poging het klinisch traject op te starten en ook binnen de resterende tijd in de opgelegde ISD-maatregel lijkt hier onvoldoende ruimte voor te zijn. Het risico op recidive en letsel blijft onverminderd hoog wanneer veroordeelde onbehandeld naar buiten gaat. De komende periode zal een nieuw traject worden uitgewerkt waarin zal worden gestart met leefstijl- en cognitieve vaardigheden trainingen en het vinden van een beschermde woonvorm met strakke kaders waarbij passende ambulante behandeling gericht op de psychische klachten rondom stemming, ontremming en medicatietrouw van veroordeelde wordt gezocht. Voor het vinden van een beschermd wonen plek, heeft op 18 november 2025 een intake gesprek plaatsgevonden bij HVO Querido in Amsterdam.
De Penitentiaire Inrichting adviseert tot continuering van de ISD-maatregel. Zonder behandeling, een passende woonplek, begeleiding en monitoring verwacht de P.I. dat veroordeelde zal recidiveren. Veroordeelde zal de resterende tijd van de opgelegde ISD-maatregel nodig hebben om voorgaande in samenwerking met de casemanager en ketenpartners in orde te brengen.
De deskundige heeft dit advies op de openbare terechtzitting bevestigd en waar nodig aangevuld. Hij laat weten dat op 16 december 2025 bekend is geworden dat bij HVO Querido een beschermd wonen plek kan worden gerealiseerd voor veroordeelde. Onduidelijk is wanneer hij daar terecht kan.
2.3.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot afwijzing van het verzoek en tot voortzetting van de ISD-maatregel.
2.4.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman van veroordeelde heeft verzocht de ISD-maatregel te beëindigen omdat er sprake is van stagnatie in de voortgang van het traject.
Veroordeelde is voor een periode van één maand geplaatst in een forensisch psychiatrische kliniek ten behoeve van diagnostiek en het opstellen van een behandelplan. Daarna is hij teruggeplaatst naar een reguliere ISD-afdeling. Deze periode is onvoldoende gebleken en heeft niet geleid tot het vormgeven van een dergelijk plan. Er is onvoldoende duidelijkheid over het behandelplan en tijdspad van veroordeelde binnen de ISD-maatregel. Om die reden moet de maatregel beëindigd worden. Veroordeelde kan terecht bij HVO Querido voor een beschermd wonen plek.
2.5.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van veroordeelde.
Op grond van de hiervoor genoemde stukken en het verhandelde op de openbare terechtzitting is de rechtbank van oordeel dat voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is ten behoeve van de beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van recidive. Uit het voortgangsverslag blijkt dat klinische behandeling niet van de grond is gekomen en dat veroordeelde niet open staat voor een tweede poging in een klinisch traject. De zorgen over het functioneren van betrokkene zijn aanzienlijk en een oplossing voor de eerder geconstateerde psychotische problematiek van veroordeelde, alsmede de antisociale kenmerken en de impuls- en emotieregulatieproblematiek, is er ondanks diverse pogingen daartoe nog niet. Gelet op het onverminderd hoge risico op geweld is een trajectplan opgesteld voor de resterende periode van de ISD-maatregel. Binnen dit trajectplan zal worden gestart met leefstijl- en cognitieve vaardigheidstrainingen en er zal worden gezocht naar een beschermd wonen locatie met strakke kaders.
Hoewel op de zitting is aangegeven dat een plek bij HVO Querido kan worden gerealiseerd, is op dit moment nog niet duidelijk bij welke locatie en vanaf wanneer dit zal kunnen plaatsvinden. Bovendien zal verdachte eerst deel moeten nemen aan genoemde trainingen in de penitentiaire inrichting. Deelname hiervan is afhankelijk van de eigen motivatie en medewerking van veroordeelde. Daarnaast is voor deelname vereist dat veroordeelde enkel negatieve urinecontroles krijgt. Dat is nog niet aan de orde geweest.
Gelet op het voorgaande is het risico op recidive nog onverminderd hoog. Naar het oordeel van de rechtbank is het doel van de ISD-maatregel nog niet bereikt. Zolang veroordeelde in het kader van de ISD-maatregel in een penitentiaire inrichting verblijft kan, ter vermindering van het recidiverisico, worden gewerkt aan zijn problematiek. Op andere wijze kan dit niet. Dat betekent dat de doelen van de tenuitvoerlegging van de maatregel bij voortduring nog steeds worden gediend.
Gelet op het vorenstaande wordt als volgt beslist.
Gezien artikel 6:6:14 Sv.

3.Beslissing

De rechtbank:
- wijst het verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel af;
- bepaalt dat de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is vereist.
Deze beslissing is gegeven door
mr. P.K. Oosterling-van der Maarel, voorzitter,
mr. J. Thomas en B.C. Langendoen, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. F.F. Wormhoudt, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 31 december 2025.