ECLI:NL:RBAMS:2025:10543

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
30 december 2025
Zaaknummer
13-263800-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming voor overlevering op basis van Europees aanhoudingsbevel met detentiegarantie uit Roemenië

Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende de overlevering van een opgeëiste persoon op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat door de Roemeense autoriteiten was uitgevaardigd. De zaak werd behandeld in de Internationale Rechtsulpkamer van de rechtbank, waar de officier van justitie, mr. A.L. Wagenaar, de vordering indiende. De opgeëiste persoon, geboren in Roemenië en gedetineerd in Nederland, werd bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide. Tijdens de zitting op 11 december 2025 werd de termijn voor uitspraak verlengd en werd de gevangenhouding bevolen.

De rechtbank beoordeelde de detentieomstandigheden in Roemenië aan de hand van de detentiegarantie die op 2 december 2025 was verstrekt. Deze garantie waarborgde dat de opgeëiste persoon in humane omstandigheden zou worden behandeld, met een minimum van 3 vierkante meter persoonlijke ruimte. De rechtbank concludeerde dat er geen reëel gevaar bestond voor onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat het EAB voldeed aan de eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden waren voor de overlevering. De rechtbank stond de overlevering toe, waarmee de opgeëiste persoon naar Roemenië kan worden overgebracht om zijn straf van drie jaren en acht maanden uit te zitten. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-263800-25
Datum uitspraak: 24 december 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 8 oktober 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 oktober 2023 door
the Timiş County Court,Roemenië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Roemenië) op [geboortedag] 1967,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in de [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 december 2025, in aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat in Amsterdam, en door een tolk in de Roemeense taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Roemeense nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een
criminal court decision no. 114/PI/09.03.2023 of Timiş County Court, handed down in case no. 4485/30/2022, final by criminal decision no. 572/A/15.06.2023 of Timişoara Court of Appeal handed down in case no. 4485/30/2022, which rejected the defendant's appeal.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaren en acht maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde arrest van 15 juni 2023.
Dit arrest betreft het feit zoals dat is omschreven in het EAB. [3]

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW

Als het proces in twee opeenvolgende instanties heeft plaatsgevonden, namelijk een eerste aanleg gevolgd door een procedure in hoger beroep, dan is de laatste van die beslissingen relevant voor de beoordeling of is voldaan aan de vereisten van artikel 4 bis, eerste lid, Kaderbesluit 2002/584/JBZ en artikel 12 OLW, voor zover daartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat en daarom de zaak ten gronde definitief is afgedaan. [4] De rechtbank zal daarom de beslissing van
Timişoara Court of Appealvan 15 juni 2023 aan artikel 12 OLW toetsen.
Het EAB en de aanvullende informatie van 2 december 2025 vermelden dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij het proces dat tot deze beslissing heeft geleid. De weigeringsgrond van artikel 12 OLW is daarom niet van toepassing.

5.Strafbaarheid

Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als een zogenoemd lijstfeit, dat in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staat vermeld, te weten:
hulp bij illegale binnenkomst en illegaal verblijf.
Uit het EAB volgt dat op dit feit naar het recht van Roemenië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.

6.Artikel 11 OLW: Roemeense detentieomstandigheden

De rechtbank heeft eerder geoordeeld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden in Roemenië, waaronder met name de overbevolking in de gevangenissen, voor gedetineerden in Roemeense gevangenissen een reëel gevaar bestaat van onmenselijke of vernederende behandeling, zoals bedoeld in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest). [5]
De Roemeense autoriteiten hebben op 2 december 2025 ten behoeve van de opgeëiste persoon een detentiegarantie verstrekt, waarin onder meer het volgende is opgenomen:
“If the person deprived of his liberty is transferred to the Romanian authorities at Henri Coandă Bucharest Airport,he will be initially taken to the Rahova Bucharest Penitentiaryduring the quarantine period for a 21-day period in a room that will provide him at least a minimum space of 3 square meters. (...)After the end of the quarantine period the National Administration of the Penitentiaries establishes the penitentiary in which he is going to serve his imprisonment punishment, so that this penitentiary to be located as near as possible to the residence of the convicted person, also taking into consideration the serving regime. (...)Given the amount of the punishment, he will most likely serve initially the sentence of imprisonment in theclosed regime. At the same time, considering his residence, most likely, for the beginning, he will serve the sentence inArad Penitentiary. (...)(...)In the Romanian penitentiary system, the enforcement of sentences and measures involving deprivation of liberty is organized in such a way as to avoid subjecting persons to inhuman or degrading treatment or punishment, within the meaning of article 3 of the European Convention on Human Rights and Fundamental Freedoms.
The person concerned, [de opgeëiste persoon] will benefit from a minimum individual space of 3 square meters, during the whole period of serving his punishment, with the exception of the period when he will be assigned to serve the punishment in the open regime, during which you will be allocated 4 square metersincluding the bed and the related furniture,without including the space of the toilet and bathroom facilities(...)
(...)Considering the perspective of the implementation of the measures included in the "The Action plan for the period 2020-2025, prepared in order to enforce the guiding decision Rezmives and others versus Romania, as well as the decisions delivered in the cases group Bragadireanu versus Romania", as well as the trend currently registered by the number of detainees in the detention units of the National Penitentiary Administration, following the criminal policies adopted by the Romanian state, the National Administration of Penitentiaries guarantees that the persons deprived of liberty, will benefit, for the entire period of serving the punishment, including the bed and the related furniture,without including the space for the bathroom,from the following individual minimum space:- 3 square meters during the quarantine and observation period- 3 square meters during the preventive arrest- 3 square meters in case of serving of the punishment in the maximum security regime- 3 square meters in case of serving of the punishment in the closed regime(…)The National Administration of Penitentiaries guarantees the enforcement of custodial sentences throughout their duration, including during quarantine and observation periods, in decent conditions that ensure respect for human dignity.”
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in voorgaande garantie. [6] De rechtbank is, gelet op de toezeggingen van de Roemeense autoriteiten, van oordeel dat er voor de opgeëiste persoon na overlevering geen reëel gevaar bestaat van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 Handvest. Daarom vormen de detentieomstandigheden geen beletsel voor het toestaan van de overlevering.

7.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

8.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5 en 7 OLW.

9.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan
the Timiş County Court,Roemenië, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.C.M. Hamer, voorzitter,
mrs. E.M. de Bie en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 24 december 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 21 december 2023, C-397/22, LM, (
5.Zie bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 11 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2513, rechtsoverweging 5.
6.HvJ EU, 25 juli 2018, zaak ML (C-220/18 PPU, ECLI:EU:C:2018:589), punt 114.