Op 11 december 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de Franse autoriteiten. De zaak betreft de opgeëiste persoon, geboren in 1995 in Irak, die momenteel in Nederland gedetineerd is. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie tot behandeling van het EAB beoordeeld, waarbij eerder tussenuitspaken zijn gedaan over de detentieomstandigheden in Frankrijk. De rechtbank heeft vastgesteld dat er een individueel reëel gevaar bestaat voor schending van de grondrechten van de opgeëiste persoon, en dat de aanvullende informatie van de Franse autoriteiten niet heeft geleid tot gewijzigde omstandigheden die een overlevering zouden rechtvaardigen. De rechtbank heeft daarom besloten geen gevolg te geven aan het EAB en heeft de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering. Deze beslissing is genomen op basis van artikel 11 van de Overleveringswet, waarbij de rechtbank oordeelt dat de detentieomstandigheden in Frankrijk niet voldoen aan de vereisten voor humane behandeling. De uitspraak is openbaar gedaan en er staat geen gewoon rechtsmiddel open tegen deze beslissing.