ECLI:NL:RBAMS:2025:7733

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
20 oktober 2025
Zaaknummer
13/108643-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak inzake Europees aanhoudingsbevel met betrekking tot detentieomstandigheden in Frankrijk

Op 15 oktober 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam een tussenuitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de Franse autoriteiten. De zaak betreft de opgeëiste persoon, geboren in Irak, die momenteel gedetineerd is in Nederland. De rechtbank heeft de behandeling van het EAB geschorst om aanvullende informatie van de Franse autoriteiten te verkrijgen over de detentieomstandigheden van de opgeëiste persoon na zijn overlevering. De rechtbank heeft eerder al vragen gesteld over de persoonlijke ruimte in de Franse detentie-instelling en de omstandigheden waaronder de opgeëiste persoon zal worden vastgehouden. Tijdens de zittingen op 11 juni, 1 juli, 22 juli en 1 oktober 2025 zijn verschillende aspecten van de zaak besproken, waaronder de weigeringsgronden van de Overleveringswet (OLW) en de detentieomstandigheden in Frankrijk. De rechtbank heeft vastgesteld dat er een risico bestaat dat de opgeëiste persoon niet kan beschikken over de vereiste 3 m² persoonlijke ruimte in de cel, wat kan leiden tot schending van zijn rechten. De rechtbank heeft besloten het onderzoek te heropenen en de zaak voor onbepaalde tijd te schorsen, met de verplichting om binnen 30 dagen opnieuw te zitting te komen. De rechtbank heeft ook de oproeping van de opgeëiste persoon en een tolk in de Koerdische taal bevolen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/108643-25
Datum uitspraak: 15 oktober 2025
TUSSEN
UITSPRAAK
op de vordering van 24 april 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 4 februari 2025 door de
Procureur de la République près le
Tribunal Judiciaire de Lille, Frankrijk (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] (Irak),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 11 juni 2025
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 11 juni 2025, in
aanwezigheid van mr. A.L. Wagenaar, officier van justitie. De opgeëiste persoon is – conform de
door hem ondertekende afstandsverklaring van 10 juni 2025 – niet verschenen. De opgeëiste
persoon is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. L.D. Lubrano, advocaat te
Rotterdam.
De rechtbank heeft ter zitting de gevangenhouding bevolen.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst voor bepaalde tijd om het antwoord van de Franse uitvaardigende justitiële autoriteit op de vraag waar de opgeëiste persoon na zijn overlevering geplaatst zal worden, af te wachten.
Zitting van 1 juli 2025
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB met instemming van de raadsvrouw en de
officier van justitie in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 1 juli 2025, in
aanwezigheid van mr. M. al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is – conform de door hem ondertekende afstandsverklaring van 30 juni 2025 – niet verschenen en is
vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw. [2]
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW)
uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd. [3] Daarnaast heeft de rechtbank de beslistermijn op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW nogmaals met dertig dagen verlengd – ingaand op het moment waarop de termijn van negentig dagen verstrijkt – onder gelijktijdige verlenging van de overleveringsdetentie op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Tussenuitspraak van 15 juli 2025
De rechtbank heeft op 15 juli 2025 een tussenuitspraak gewezen, [4] waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst, om partijen in de gelegenheid te stellen zich op de volgende zitting uit te laten over de in overweging 5 van de tussenuitspraak genoemde statistische gegevens.
Zitting van 22 juli 2025
De behandeling van het EAB is voortgezet op de zitting van 22 juli 2025, in aanwezigheid van mr. W. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. D.J. Troost, die waarneemt voor haar kantoorgenoot
mr. L.B. Lubrano, beiden advocaat te Amsterdam.
Tussenuitspraak van 5 augustus 2025
De rechtbank heeft op 5 augustus 2025 een tussenuitspraak gewezen, [5] waarbij het onderzoek is heropend en voor onbepaalde tijd is geschorst, om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de door de rechtbank onder overweging 4.4. geformuleerde vragen omtrent de detentieomstandigheden aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij uitspraak moet doen op grond van
artikel 22, vijfde lid, OLW nog eens met dertig dagen verlengd en gelijktijdig de
gevangenhouding verlengd met dertig dagen op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
Zitting van 1 oktober 2025
De behandeling van het EAB is met instemming van de raadsvrouw en de
officier van justitie in gewijzigde samenstelling voortgezet op de zitting van 1 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsvrouw, mr. L.B. Lubrano, advocaat te Amsterdam.
De rechtbank stelt vast dat in deze zaak de wettelijke termijn waarbinnen de rechtbank op basis van de OLW op het overleveringsverzoek moet beslissen, is verstreken. Dit ontslaat de rechtbank niet van haar verplichting om op het overleveringsverzoek te beslissen. Het betekent echter wel dat geen wettelijke grondslag meer bestaat voor gevangenhouding. [6]

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Iraakse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak van 15 juli 2025

De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 15 juli 2025 al is
geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW en de strafbaarheid van de feiten. De overwegingen van de rechtbank in deze tussenuitspraak kunnen als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4.Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW

Het standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft geen standpunt ingenomen ten aanzien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de weigeringsgrond van artikel 13, sub a en sub b, OLW van toepassing is. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht van deze weigeringsgrond af te zien. Ten aanzien van de weigeringsgrond van artikel 13, sub a, OLW heeft de officier van justitie daartoe aangevoerd dat het onderzoek in Frankrijk is aangevangen, het bewijs zich daar bevindt en de smokkel vanuit Frankrijk heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van artikel 13, sub b, OLW heeft de officier van justitie opgemerkt dat hij niet weet of Nederland in dit geval zou kunnen vervolgen.
Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van artikel 13, sub a, OLW
Het EAB ziet volgens de feitomschrijving op feiten die geacht worden gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren. [7]
De rechtbank stelt voorop dat:
- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn;
- de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor feit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.
Gelet hierop en op de door de officier van justitie gegeven argumenten, is de rechtbank van oordeel dat het gegeven dat de feiten worden geacht gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd onvoldoende aanleiding is om de weigeringsgrond toe te passen.
Het oordeel van de rechtbank ten aanzien van artikel 13, sub b, OLW
Op grond van artikel 13, onder b, OLW kan de rechtbank de overlevering weigeren, indien het EAB betrekking heeft op strafbare feiten die geheel buiten het grondgebied van de uitvaardigende staat zijn gepleegd, terwijl naar Nederlands recht geen vervolging zou kunnen worden ingesteld indien de feiten buiten Nederland zouden zijn gepleegd.
Bij de feiten in het EAB gaat het om mensensmokkel met onder meer pleegplaatsen in Frankrijk, zodat de weigeringsgrond van artikel 13, onder b, OLW niet van toepassing is.

5.Artikel 11 OLW; Franse detentieomstandigheden

Inleiding
De rechtbank verwijst naar haar overwegingen in de tussenuitspraken van 15 juli 2025 en
5 augustus 2025 ten aanzien van de detentieomstandigheden, die hier als herhaald en ingelast moeten worden beschouwd.
Op 10 september 2025 zijn van de Franse autoriteiten de volgende informatie ontvangen:
“1. How much personal space is available to prisoners detained in an individual cell and a multi-persons cell in the prison unit for male prisoners in pre-trial detention?All the cells, whether single or shared, are between 9 and 12 m² in LILLE-ANNOEULLIN. Most of them are occupied by two people in LILLE-ANNOEULLIN.
a. Does the amount of personal space include or exclude the sanitary facilities, and are these facilities properly shielded? Sanitary facilities are included in the 9 to 12m² surface area. They are located behind walls that allow them to be isolated from the view of fellow inmates.
2. If the personal space is less than 3 square meters, please answer the following questions:
a. How many hours per day do prisoners stay in their cell?It depends on the activities they take part in. They are obliged to stay in their cells from 7pm to 7am.
b. What possibilities do prisoners have for outdoor time, work, sports, education and other activities outside their cell?All its activities are offered, as well as religious worship and visiting rooms.
c. How many hours per day can prisoners participate in these activities?Up to 9 hours.
d. Do these prisons generally have decent conditions of detention, and will [de opgeëiste persoon] not be subjected to other circumstances that are considered aggravating factors for poor conditions of detention?Yes. The prison is recent establishment that are regularly maintained and have not been the subject of any convictions for unworthy conditions of detention.”
Op 22 september 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit verder nog, voor zover relevant, de volgende aanvullende informatie verstrekt:
“On his arrival in France, the Lille Judicial Court indicated that [de opgeëiste persoon] would be incarcerated in the Lille - Annœullin prison.(...)At the Lille - Annœullin prison, as in all French prisons, cell capacity is determined by the circularof 16 March 1988 in relation to the floor area of the premises. The surface area of the sanitary space is therefore included in the surface area of the premises. It depends on technical constraints and varies between 1.4 and 1.8m². Each cell in these establishments has a space providing access to sanitary facilities and a sink.The Lille Annœullin penitentiary centre has a men's prison section with a capacity of 429 places, including 50 places reserved for new arrivals, 5 places reserved for people with reduced mobility, and 20 places in the regional medical and psychological service, offering psychiatric hospitalisation for days on the decision of the medical service. It also has a 209-place detention centre section dedicated to the reception of convicted prisoners following a referral procedure.The adult male prison section is organised as follows:-273 cells with a surface area of 10 to 11 m² and a theoretical capacity of one place, equipped with two beds,-7 cells with a surface area of 12 to 13 m², with a capacity of two places and equipped with two beds.-73 cells with a surface area of 13 to 14 m² with a theoretical capacity of 2 places and equipped with two beds,-15 units with a surface area of 14 to 19 m², with a theoretical capacity of 3 beds and equipped with two beds,-5 cells with a surface area of between 19 and 24 m², with a capacity of one bed, designed to accommodate people with reduced mobility.
Given the current occupancy of the Lille-Annœullin prison, it cannot be guaranteed that [de opgeëiste persoon] will have a personal space of at least 3 square metres as soon as he arrives. Indeed, the occupancy situation in the arrivals section of the men's prison section (QMAH) is likely to result in less personal space, due to the vagaries of the incoming flow of new arrivals. This flow may exceed the 50 places theoretically available for new arrivals within the prison centre and require the installation of additional beds in the cells.
However, the Lille-Annœullin prison is taking steps to ensure that the length of stay in the arrivals section is as short as possible, by limiting the transit time in this section before distribution within the prison from 4 to 15 days.At the end of this transitional phase, [de opgeëiste persoon] would be entitled to a personal space of at least 3 square metres, in one of the QMAH cells mentioned above.(...)Each cell has a partitioned sanitary area with a toilet, a washbasin with access to hot and cold water, and a heating system. Lighting is provided by a ceiling light, turned on by a switch in the cell. Each detainee has a bed.(...)Access to cultural, sporting, social, integration, training or work activities is at the request of the detainee and after validation of their registration on a list. Prisoners can take advantage of sports sessions in a weight room or on an outdoor sports field. They can also have access to teaching adapted to their level and provided by national education staff working in the establishment, or, where applicable, to distance learning through the CNED, and they can have access to the facility's library. Subject to their registration for work, prisoners may also carry out paid work in the establishment's workshops or in the general service. Each establishment also offers cultural activities based on programmes that change throughoutthe year. However, even if the detainee does not request any activity or does not respond to any proposal from the staff, he/she will have the possibility of accessing an outside walking yard each day for a minimum of one hour.”
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de overlevering moet worden geweigerd, omdat een reëel gevaar bestaat dat de opgeëiste persoon na overlevering wordt onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling. De periode dat de opgeëiste persoon minder dan 3 m2 persoonlijke leefruimte tot zijn beschikking zal hebben is te lang en wordt onvoldoende gecompenseerd door andere factoren.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de detentieomstandigheden niet aan de overlevering in de weg staan. Hoewel de opgeëiste persoon na zijn overlevering in eerste instantie wordt gedetineerd in een detentie-instelling waar niet wordt gegarandeerd dat hij 3 m2 persoonlijke leefruimte tot zijn beschikking zal hebben, zal deze situatie van korte duur zijn en alleen indien noodzakelijk. De compenserende factoren zijn voldoende. De rechtbank heeft reeds eerder geoordeeld dat een dergelijke inbreuk op grondrechten van korte duur is toegestaan en geen aanleiding geeft om geen gevolg te geven aan het EAB of om hierover verdere vragen te stellen.
Oordeel van de rechtbank
Voor de beoordeling van de detentieomstandigheden voor voorlopig gedetineerden in
the Lille-Annoeullin prisonsluit de rechtbank aan bij een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 15 oktober 2019 [8] . Uit dit arrest volgt onder meer dat wanneer een gedetineerde over minder dan 3 m2 aan persoonlijke ruimte beschikt in een meerpersoonscel, dit een sterk vermoeden van schending van het verbod op een onmenselijke of vernederende behandeling met zich meebrengt [9] . Dit sterke vermoeden van schending van het in artikel 4 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) bedoelde verbod kan blijkens het arrest normaliter enkel worden weerlegd indien [10] :
a. de persoonlijke ruimte enkel voor korte tijd, bij gelegenheid en in geringe mate wordt gereduceerd ten opzichte van de minimaal vereiste 3 m2;
b. hierbij voldoende bewegingsvrijheid buiten de cel wordt geboden en buiten de cel passende activiteiten worden aangeboden;
c. in de inrichting in het algemeen sprake is van decente detentieomstandigheden en de betrokkene niet wordt onderworpen aan andere elementen die worden beschouwd als verzwarende omstandigheden voor slechte detentieomstandigheden.
De rechtbank kan op basis van de verstrekte informatie nog niet volledig beoordelen of het vastgestelde algemene gevaar op schending van de grondrechten in detentie in Frankrijk voor de opgeëiste persoon wordt weggenomen. De opgeëiste persoon zal na overlevering op een afdeling komen waar 3 m2 persoonlijke leefruimte in een meerpersoonscel niet kan worden gegarandeerd. Bij een hoge instroom van nieuwe gedetineerden kan het namelijk voorkomen dat meer gedetineerden dan waar de theoretische capaciteit in voorziet op een cel worden geplaatst. In dat geval is sprake van een sterk vermoeden van een schending van artikel 4 Handvest. Dit sterke vermoeden kan worden weerlegd indien de voornoemde compenserende factoren aanwezig zijn. De rechtbank stelt vast dat het hier gaat om een relatief korte tijd van maximaal vijftien dagen waarin de opgeëiste persoon geen 3 m2 aan persoonlijke leefruimte tot zijn beschikking zal hebben. Ook gaat het om een situatie bij gelegenheid, namelijk alleen bij een hoge instroom van nieuwe gedetineerden in de detentie-instelling. Daarbij komt dat blijkens de aanvullende informatie gedetineerden niet langer dan 12 uur per nacht op cel verblijven en dat sprake is van decente detentieomstandigheden. De rechtbank kan op basis van de aanvullende informatie niet vaststellen of het ook gaat om een reductie van geringe mate ten opzichte van de vereiste 3 m2 persoonlijke leefruimte, zoals bedoeld onder a.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het onderzoek heropenen teneinde de officier van justitie de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te laten stellen:
Over hoeveel vierkante meter ‘
personal space’ kan de opgeëiste persoon minimaal beschikken, als de situatie zich voordoet dat de opgeëiste persoon (als gevolg van het plaatsen van extra bedden) tijdelijk niet kan beschikken over minimaal 3 m2 personal space in een meerpersoonscel?
Kan de uitvaardigende justitiële autoriteit bevestigen dat onder ‘
personal space’in een meerpersoonscel wordt verstaan de persoonlijke leefruimte exclusief de sanitaire voorzieningen,
maar inclusief het meubilair?
Het onderzoek ter zitting zal worden heropend en geschorst voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat de zaak uiterlijk over 30 dagen wederom op zitting zal worden aangebracht.

6.Beslissing

HEROPENTen
SCHORSThet onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen voornoemde vragen voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
BEPAALTdat de zaak uiterlijk over 30 dagen (op 13 november 2025) opnieuw op zitting wordt gepland.
BEVEELTde oproeping van de opgeëiste persoon tegen de nader te bepalen datum en het nader te bepalen tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw.
BEVEELTde oproeping van een tolk in de Koerdische (Sorani) taal tegen de voornoemde nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. D.L.S. Ceulen en M.W. Speksnijder, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. E.A. Harland en M.C. Hooibrink, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 15 oktober 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet.
2.Op de afstandsverklaring is 30-7-2025 opgeschreven als datum van ondertekening. De rechtbank gaat uit van
3.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
4.Rb Amsterdam 15 juli 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4974.
5.Rb Amsterdam 5 augustus 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:5751
6.De termijn van vrijheidsbeneming (en mogelijkheden tot verlenging daarvan) moeten in samenhang worden bezien met de wettelijke beslistermijn.
7.Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.
8.Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu).
9.Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punt 72.
10.Hof van Justitie van de Europese Unie 15 oktober 2019, ECLI:EU:C:2019:857 (Dorobantu), punt 73.