ECLI:NL:RBAMS:2025:10533

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
11784567
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling van uitvaartkosten door Dela Uitvaartverzorging

In deze civiele zaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, vordert Dela Uitvaartverzorging N.V. betaling van uitvaartkosten door de gedaagde, die als erfgenaam optreedt. De vordering betreft een bedrag van € 6.828,44 aan hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten. De procedure begon met een dagvaarding op 26 juni 2025, gevolgd door een conclusie van antwoord van de gedaagde, die verzocht om aanhouding van de zaak vanwege andere lopende procedures met betrekking tot de nalatenschap van zijn moeder. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen, omdat de gedaagde niet voldoende heeft onderbouwd hoe deze andere procedures de betalingsverplichting zouden beïnvloeden.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de overeenkomst tussen Dela Uitvaartverzorging en de gedaagde is gesloten in de hoedanigheid van opdrachtgever en dat de gedaagde niet als erfgenaam kan worden beschouwd in deze context. De rechter heeft ambtshalve de informatieplichten van Dela Uitvaartverzorging getoetst en geconcludeerd dat aan deze plichten is voldaan. De gedaagde heeft de verschuldigdheid van de hoofdsom erkend, wat betekent dat de kantonrechter de vordering toewijsbaar achtte. De gedaagde is in het ongelijk gesteld en moet de proceskosten betalen, die zijn begroot op € 1.502,14. Het vonnis is uitgesproken op 23 december 2025 door kantonrechter J.M.B. Cramwinckel.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11784567 \ CV EXPL 25-9318
Vonnis van 23 december 2025
in de zaak van
DELA UITVAARTVERZORGING N.V.,
gevestigd te Eindhoven,
eisende partij,
hierna te noemen: Dela Uitvaartverzorging,
gemachtigde: GGN Mastering Credit Rotterdam,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 26 juni 2025, met producties;
- de conclusie van antwoord, tevens houdende verzoek tot aanhouding;
- de conclusie van repliek, tevens houdende antwoord in incident verzoek tot aanhouding.
1.2.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] geen conclusie van dupliek genomen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

Het geschil
2.1.
Dela Uitvaartverzorging vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:
€ 6.828,44 aan hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente berekend vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
€ 866,87 aan buitengerechtelijke incassokosten (incl. btw);
€ 234,41 aan vervallen wettelijke rente.
2.2.
Dela Uitvaartverzorging legt ten grondslag aan haar vordering dat zij met [gedaagde] een overeenkomst van opdracht is aangegaan. Op grond van deze overeenkomst heeft Dela Uitvaartverzorging een uitvaart verzorgd voor de moeder van [gedaagde] . Dela Uitvaartverzorging heeft voor deze dienstverlening een factuur gestuurd. [gedaagde] heeft deze factuur, ondanks herhaalde aanmaning, onbetaald gelaten.
2.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] schrijft dat hij als erfgenaam de uitvaartkosten correct wil afwikkelen, maar stelt dat het gaat om nalatenschapskosten en dat hij bereid is ze te voldoen nadat de gerechtelijke context helder is. Hij stelt dat er op dit moment meerdere gerechtelijke trajecten lopen bij verschillende gerechten in deze kwestie. Gezien de complexiteit en de afhankelijkheid daarvan, verzoekt [gedaagde] uitstel van de behandeling in deze zaak.
2.4.
Dela Uitvaartverzorging heeft bij repliek aangevoerd dat [gedaagde] middels ondertekening ermee heeft ingestemd dat hij: “
in eigen naam en voor eigen rekening, dus niet als gevolmachtigde of lasthebber namens de nabestaanden of erfgenamen aan eisende partij opdracht geeft tot uitvoering van de uitvaart en de kosten die samenhangen met deze uitvaart binnen 30 dagen na factuurdatum middels een bankoverschrijving te voldoen.
Hieruit blijkt volgens Dela Uitvaartverzorging dat [gedaagde] niet in de hoedanigheid van erfgenaam, maar in de hoedanigheid van opdrachtgever gehouden is tot betaling van de factuur. De lopende gerechtelijke procedures staan dus niet in de weg van de contractuele verplichting van [gedaagde] om de factuur te voldoen.

3.De beoordeling

Het verzoek tot aanhouding
3.1.
De kantonrechter begrijpt het standpunt van [gedaagde] zo, dat hij aanhouding van deze procedure verzoekt in verband met andere lopende procedures betreffende de nalatenschap van zijn moeder.
3.2.
De kantonrechter wijst dat aanhoudingsverzoek af. [gedaagde] heeft, alhoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd op het standpunt van Dela Uitvaartverzorging dat uit de overgelegde overeenkomst blijkt dat [gedaagde] de overeenkomst van opdracht uit eigen naam en voor eigen rekening is aangegaan, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. De eventuele lopende procedures inzake de afwikkeling van de nalatenschap raken daarom de onderhavige betalingsverplichting niet. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om nader toe te lichten om welke procedures het precies gaat en waarom deze de onderhavige zaak wel zouden raken. Dit heeft [gedaagde] niet gedaan.
Consumentenrecht
3.3.
De overeenkomst is gesloten met een consument. De kantonrechter moet daarom ambtshalve onderzoeken of eiseres haar informatieplichten heeft nageleefd. Ook moet de overeenkomst worden getoetst aan de Richtlijn 93/13/EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn).
Informatieplichten
3.4.
Gelet op de gestelde wijze van totstandkoming van de overeenkomst is er, zoals Dela Uitvaartverzorging heeft gesteld, sprake van een overeenkomst buiten de verkoopruimte. In dat geval moet gemotiveerd worden gesteld dat is voldaan aan de informatieplichten van artikel 6:230m lid 1 en 6:230t van het Burgerlijk Wetboek (BW).
3.5.
Dela Uitvaartverzorging heeft hierover voldoende gesteld en onderbouwd. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] niet is geïnformeerd over het ontbindingsrecht. Dela Uitvaartverzorging verwijst in dat kader naar de Wet op de lijkbezorging, waaruit volgt dat een uitvaart uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden moet plaatsvinden. Dela Uitvaartverzorging stelt dat hieruit volgt dat het ontbindingsrecht niet van toepassing is op onderhavige overeenkomst.
3.6.
De kantonrechter oordeelt, aansluitend bij hetgeen in r.o. 2.5 tot en met 2.7 is geoordeeld in Rb. Amsterdam 5 december 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:7695, dat voor de dienstverlening van Dela Uitvaartverzorging geen ontbindingsrecht geldt. Dit leidt tot de conclusie dat Dela Uitvaartverzorging aan haar essentiële informatieplichten heeft voldaan. Voor een sanctie bestaat dan ook geen aanleiding.
Prijsbeding
3.7.
De kantonrechter heeft het prijsbeding ambtshalve getoetst op transparantie. Het prijsbeding is transparant en hoeft daarom niet op oneerlijkheid te worden getoetst.
De hoofdsom
3.8.
De hoofdsom is toewijsbaar, nu [gedaagde] de verschuldigdheid en de hoogte van de factuur inhoudelijk niet heeft betwist. [gedaagde] heeft immers zelf verklaard dat hij zijn verplichtingen “onverwijld en volledig” zal nakomen, zodra de andere procedures zijn afgerond. Met deze verklaring heeft [gedaagde] de verschuldigdheid van de hoofdsom in feite erkend. Voor zover [gedaagde] inhoudelijk verweer had willen voeren tegen de hoogte of de grondslag van de vordering, had hij dat bij dupliek kunnen doen. Hij heeft echter geen gebruik gemaakt van die gelegenheid. Dat betekent dat de verschuldigdheid van de hoofdsom als onweersproken vaststaat.
Rente en buitengerechtelijke incassokosten
3.9.
Dela Uitvaartverzorging maakt ook aanspraak op rente en buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter heeft de bedingen in de algemene voorwaarden die voor de beoordeling van belang (kunnen) zijn ambtshalve op oneerlijkheid getoetst, meer in het bijzonder artikel 9. In dit artikel staat, voor zover relevant, het volgende:

9.5 De betalingstermijn geldt als fatale termijn. De Uitvaartverzorger is gerechtigd over een vordering die niet tijdig is voldaan rente in rekening te brengen vanaf de dag volgende op die waarop de betalingstermijn verstrijkt. De verschuldigde rente bedraagt 1% per kalendermaand of een gedeelte van de maand waarbij een gedeelte van de maand als gehele kalendermaand wordt berekend, met een maximum van 7% per jaar.
9.6
Bij niet-betaling binnen de termijn als genoemd in lid 2 van dit artikel is de Uitvaartverzorger gerechtigd alle kosten, zowel buitengerechtelijk als gerechtelijk, voor zover rechtens mogelijk, in rekening brengen. De buitengerechtelijke kosten worden conform de Wet normering buitengerechtelijke incassokosten (Wet BIK) in rekening gebracht, dan wel conform de op het moment van sluiten van de Overeenkomst geldende wetgeving.
3.10.
Ten aanzien van het rentebeding wordt overwogen dat 1% per maand is overeengekomen en dat is een hoger percentage dan de wettelijke rente. Omdat de rente is gemaximeerd op 7% per jaar en dat percentage gelijk is aan de destijds geldende wettelijke rente, is geen sprake van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van de partijen ten nadele van de consument. Het rentebeding is dus niet oneerlijk. Ook het incassokostenbeding is getoetst en niet oneerlijk bevonden. Uit dit beding blijkt dat, voordat incassokosten verschuldigd raken, aan de wettelijke verplichtingen moet worden voldaan. Dit betekent dat de gevorderde wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar zijn.
De proceskosten
3.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Dela Uitvaartverzorging worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,14
- griffierecht
543,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.502,14

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst het verzoek tot aanhouding af,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan Dela Uitvaartverzorging te betalen een bedrag van:
€ 6.828,44 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening,
€ 866,87 aan buitengerechtelijke incassokosten (incl. btw),
€ 234,41 aan vervallen wettelijke rente, berekend tot de dag der dagvaarding,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.502,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.B. Cramwinckel, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025, in aanwezigheid van de griffier mr. S.H.I. Hoestra.
61289