ECLI:NL:RBAMS:2025:10326
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering wegens verblijf in verslavingskliniek niet onrechtmatig
Eiser verbleef van 11 december 2024 tot en met 22 januari 2025 in een verslavingskliniek in Schotland. Verweerder heeft op grond van artikel 23 van Pro de Participatiewet de bijstandsuitkering van eiser verlaagd omdat tijdens het verblijf in een inrichting de inrichtingsnorm geldt. Eiser maakte bezwaar tegen deze verlaging en stelde dat de kliniek niet als inrichting kwalificeert en dat het gelijkheidsbeginsel werd geschonden vanwege zijn chronische ziekte.
De rechtbank oordeelt dat de kliniek wel degelijk een inrichting is zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel f, sub 1 van de Participatiewet, gericht op verpleging en verzorging. De verlaging van de uitkering is een dwingendrechtelijke maatregel waar verweerder geen discretionaire ruimte in heeft. Daarnaast is geen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat personen in een inrichting minder kosten maken dan personen die zelfstandig wonen.
Verder is vastgesteld dat verweerder maatwerk heeft toegepast door bijzondere bijstand toe te kennen voor medische reiskosten. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake was van bijzondere omstandigheden die een afwijking van de inrichtingsnorm rechtvaardigen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af en bevestigt de verlaging van de bijstandsuitkering.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de verlaging van de bijstandsuitkering wegens verblijf in een verslavingskliniek.