ECLI:NL:RBAMS:2025:10308

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
10687752 \ CV EXPL 23-12164
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing van oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten met betrekking tot buitengerechtelijke en proceskosten

In deze zaak, behandeld door de Rechtbank Amsterdam, is een tussenvonnis uitgesproken op 31 juli 2025, gevolgd door een vonnis op 18 december 2025. De eisende partij, SERVICE KUNSTSTOF KOZIJNEN B.V., heeft een vordering ingesteld tegen een gedaagde partij die niet is verschenen. De procedure betreft de toetsing van de algemene voorwaarden van de eisende partij, specifiek met betrekking tot bedingen over buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de bedingen in de algemene voorwaarden oneerlijk zijn, omdat zij afwijken van de wettelijke regeling en daardoor de rechten van de consument aanzienlijk verstoren. De kantonrechter heeft de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de oneerlijke bedingen voordat een definitieve beslissing wordt genomen. De zaak is verwezen naar de rol voor akte uitlating door de eisende partij, waarbij de verdere beslissing is aangehouden. De kantonrechter heeft op 22 januari 2026 een vervolgdatum vastgesteld voor de behandeling van de zaak.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 10687752 \ CV EXPL 23-12164
Vonnis van 18 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SERVICE KUNSTSTOF KOZIJNEN B.V.,
gevestigd te Assen,
eisende partij,
gemachtigde: Pranger Agin,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 31 juli 2025,
- de akte van eisende partij, met producties, waarbij zij verzoekt om aanhouding naar aanleiding van een reactie van gedaagde partij,
- de akte van eisende partij, met producties, tevens vermindering van eis, waarbij zij verzoekt om vonnis te wijzen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Bij voornoemd tussenvonnis is eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de versie van de algemene voorwaarden, eventueel de juiste algemene voorwaarden in het geding te brengen en zich uit te laten over de (on)eerlijkheid van de bedingen die aan de vordering ten grondslag zijn of kunnen worden gelegd.
2.2.
Eisende partij heeft de op de overeenkomst met gedaagde partij van toepassing verklaarde algemene voorwaarden in het geding gebracht.
2.3.
In de algemene voorwaarden staan bedingen die voor de beoordeling van belang zijn. Hoewel eisende partij ook een rentebeding in haar algemene voorwaarden heeft staan, hoeft dat beding niet meer te worden beoordeeld, omdat eisende partij blijkens het gestelde in haar laatste akte niet langer aanspraak maakt op rente.
2.4.
In de algemene voorwaarden staan ook bedingen op grond waarvan buitengerechtelijke incassokosten en gerechtelijke kosten in rekening kunnen worden gebracht. Zoals in het tussenvonnis al is overwogen (overweging 2.9), moeten die bedingen worden getoetst, ook al doet eisende partij alleen een beroep op de wettelijke regelingen. De bedingen staan in artikel 6.5, dat luidt:
Indien de Opdrachtgever in gebreke of in verzuim is in de (tijdige) nakoming van zijn verplichtingen, dan komen alle redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte voor rekening van de Opdrachtgever. De buitengerechtelijke kosten worden berekend op basis van hetgeen in de Nederlandse incassopraktijk gebruikelijk is, momenteel de berekeningsmethode volgens Rapport Voorwerk II. Indien Opdrachtnemer echter hogere kosten ter incasso heeft gemaakt die redelijkerwijs noodzakelijk waren, komen de werkelijk gemaakte kosten voor vergoeding in aanmerking. De eventuele gemaakte gerechtelijke en executiekosten zullen eveneens op de Opdrachtgever worden verhaald. De Opdrachtgever is over de verschuldigde incassokosten eveneens rente verschuldigd.
2.5.
Het hiervoor geciteerde artikel bestaat uit een bepaling met betrekking tot buitengerechtelijke incassokosten en een bepaling met betrekking tot gerechtelijke kosten (proceskosten). Nu deze bepalingen geen zodanig verband met elkaar hebben dat zij niet van elkaar kunnen worden gescheiden zonder de inhoud van het gehele beding te herzien, worden ze afzonderlijk getoetst.
2.6.
Op grond van het buitengerechtelijke incassokostenbeding kunnen, zonder limiet, incassokosten bij de consument in rekening worden gebracht. Daarmee wijkt het beding ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling, die van dwingend recht is. Als wordt afgeweken van dwingend recht, levert dat oneerlijkheid op (zie ECLI:NL:HR:2023:198).
Door de formulering heeft het beding een aanzienlijk bredere strekking dan de incassokosten die op grond van de wet zijn te vorderen. De bedongen kosten zijn niet gespecifieerd, zodat niet duidelijk is hoe hoog de kosten zijn die in rekening zullen of kunnen worden gebracht. Weliswaar wordt voor de berekening van de kosten verwezen naar Rapport Voorwerk II, maar die staffel is sinds 2012 niet meer in gebruik, terwijl het beding het mogelijk maakt om daar bovenop extra kosten in rekening te brengen als dat redelijkerwijs noodzakelijk is. Daar ligt de beoordelingsvrijheid volledig bij eisende partij. Nu eisende partij zichzelf met het beding de bevoegdheid heeft gegeven om ongelimiteerd incassokosten bij de consument in rekening te brengen, is sprake van een aanzienlijke verstoring van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst, ten nadele van de consument. Het beding is daarom oneerlijk, zodat het buiten toepassing moet worden gelaten. Terugvallen op de wettelijke regeling met betrekking tot incassokosten is in dat geval niet meer mogelijk. Dat volgt uit de arresten van het Europese Hof van Justitie van 27 januari 2021, C-229/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia) en 8 december 2022, C-625/21, ECLI:EU:C:2022:971 (Gupfinger).
2.7.
Het beding over de gerechtelijke kosten (voorlaatste zin in het geciteerde artikel) wordt ook als oneerlijk aangemerkt, omdat het beding het mogelijk maakt om alle gemaakte gerechtelijke kosten op de consument te verhalen. Dat kunnen dus ook de volledige kosten van bijvoorbeeld een advocatenkantoor zijn. Dat is normaal gesproken slechts voorbehouden aan zeer bijzondere omstandigheden, zoals misbruik van recht. Een beding op grond waarvan alle gerechtelijke kosten bij de consument in rekening kunnen worden gebracht is als oneerlijk aan te merken. Dat is door de Hoge Raad bevestigd (ECLI:NL:HR:2025:820). Ondanks dat de Hoge Raad in het aangehaalde arrest de vraag over de gevolgen van een oneerlijk proceskostenbeding op zijn beurt heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, is de kantonrechter voornemens de proceskosten af te wijzen, gelet op artikel 6 lid 1 van de Richtlijn 93/13/EG en de vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie over de ‘terugvalleer’ (verwezen wordt naar de in de vorige overweging aangehaalde arresten).
2.8.
Oneerlijke bedingen binden de consument niet. Voordat de kantonrechter de hiervoor aangehaalde bedingen over buitengerechtelijke kosten en gerechtelijke kosten buiten toepassing laat, wordt eisende partij in de gelegenheid gesteld zich daarover en over de gevolgen daarvan uit te laten.
2.9.
Concreet komt het toewijsbare gedeelte van de vordering neer op een resterend bedrag van € 27,20 aan hoofdsom, gelet op overweging 2.6 van het tussenvonnis en de vermindering van eis met € 20,00.
2.10.
De zaak wordt voor akte uitlating door eisende partij verwezen naar de rol.
2.11.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
donderdag 22 januari 2026 om 10.00 uurvoor akte uitlating door eisende partij,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.W. Inden en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.
991