ECLI:NL:RBAMS:2025:10059

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
26 november 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
13-225652-25
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Overlevering op basis van Europees aanhoudingsbevel met betrekking tot Belgische detentieomstandigheden

Op 26 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, Afdeling Tongeren-Borgloon, België. De zaak betreft de overlevering van een opgeëiste persoon, geboren in 1998, die in Nederland woont. De behandeling van het EAB begon op 30 oktober 2025, waarbij de officier van justitie mr. J.I.P. Hofstee aanwezig was. De opgeëiste persoon werd bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe. Tijdens deze zitting werd de termijn voor uitspraak verlengd en werd de gevangenhouding bevolen, met schorsing tot aan de uitspraak.

Op 13 november 2025 vond een tussenuitspraak plaats, waarin de rechtbank het onderzoek heropende om de officier van justitie de gelegenheid te geven om aanvullende informatie te verkrijgen over de pleegdatum en pleegplaats van de feiten. De zitting op 26 november 2025 werd voortgezet met instemming van de partijen, waarbij opnieuw mr. N.R. Bakkenes als officier van justitie aanwezig was. De rechtbank sloot het onderzoek en deed direct uitspraak.

De rechtbank oordeelde dat het EAB voldeed aan de eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden waren voor de overlevering. De rechtbank heeft de Belgische detentieomstandigheden beoordeeld en geconcludeerd dat de verstrekte detentiegaranties voldoende waren om de overlevering toe te staan. De rechtbank verwierp het verweer van de raadsman, die had betoogd dat de detentieomstandigheden in België onmenselijk waren. De rechtbank benadrukte dat eerdere meldingen van niet-naleving van detentiegaranties als incidenten moeten worden beschouwd en dat de Belgische autoriteiten de garanties naleven. De rechtbank besloot uiteindelijk de overlevering toe te staan.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-225652-25
Datum uitspraak: 26 november 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 4 september 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 18 augustus 2025 door de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, Afdeling Tongeren-Borgloon, België, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1998,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 30 oktober 2025
De behandeling van het EAB is aangevangen op de zitting van 30 oktober 2025, in aanwezigheid van mr. J.I.P. Hofstee, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat op Schiphol.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2] Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen met gelijktijdige schorsing van dat bevel tot aan de uitspraak.
Tussenuitspraak 13 november 2025 [3]
Bij tussenuitspraak van 13 november 2025 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit de pleegperiode of pleegdatum nader te laten specificeren.
Zitting 26 november2025
De behandeling van het EAB is – met instemming van de partijen – voortgezet op de zitting van 26 november 2025, in aanwezigheid van mr. N.R. Bakkenes, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat op Schiphol.
De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en direct uitspraak gedaan.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak

De rechtbank stelt vast dat bij de tussenuitspraak van deze rechtbank van 13 november 2025 reeds is geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de strafbaarheid, de terugkeergarantie zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW en over artikel 11 OLW met betrekking tot de detentieomstandigheden in België. Hetgeen de rechtbank heeft overwogen moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.

4.Genoegzaamheid

In de tussenuitspraak van 13 november 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat de strafbare feiten, de pleegplaats en de rol van de opgeëiste persoon voldoende duidelijk zijn omschreven in het EAB.
In aanvullende informatie van 18 november 2025 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de pleegperiode gespecificeerd. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat met deze aanvullende informatie thans sprake is van een genoegzaam EAB.

5.Artikel 11 OLW: Belgische detentieomstandigheden

Het standpunt van de raadsman
De raadsman heeft zich – onder verwijzing naar de voorpagina van de Volkskrant van vandaag – op het standpunt gesteld dat het eerdere oordeel van de rechtbank ten aanzien van de Belgische detentieomstandigheden moet worden herzien en dat de overlevering moet worden geweigerd.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het algemeen gevaar, dat door het krantenartikel wordt bevestigd, voor de opgeëiste persoon wordt weggenomen door de verstrekte detentiegarantie. Ambtshalve is bekend dat de door België verstrekte detentiegaranties worden nageleefd. De Belgische detentieomstandigheden staan daarom niet aan overlevering in de weg.
Het oordeel van de rechtbank
Zoals de rechtbank bij tussenuitspraak en eerder heeft geoordeeld [4] gaat de rechtbank aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt uit van de geboden zekerheid in de voor de opgeëiste persoon verstrekte garantie. [5] Het vastgestelde algemene reële gevaar van onmenselijke of vernederende detentieomstandigheden is met de verstrekte detentiegarantie voor de opgeëiste persoon weggenomen. Het krantenartikel dat de raadsman heeft aangehaald bevestigt weliswaar waarom de rechtbank voor alle detentie-instellingen in België een algemeen gevaar heeft aangenomen, maar vormt geen aanleiding voor het oordeel dat de door België verstrekte individuele detentiegaranties niet worden nageleefd. De rechtbank benadrukt in dit verband wellicht ten overvloede dat de overweging van de rechtbank in de tussenuitspraak met betrekking tot het in België bestaande correctiemechanisme uitdrukkelijk niet zo mag worden begrepen, dat afwijkingen van de garantie voor korte termijn zouden zijn toegestaan. De rechtbank beschouwt eerdere meldingen van niet-naleving van de gegeven detentiegarantie – die volgens het Openbaar Ministerie direct na diens interventie zijn gecorrigeerd - als incidenten en gaat er vanuit dat deze garantie in België volledig en onverkort wordt nageleefd. Met de officier van justitie is de rechtbank daarom van oordeel dat de Belgische detentieomstandigheden niet aan overlevering in de weg staan. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 2, 5, 6, 7 en 13 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[de opgeëiste persoon]aan de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, Afdeling Tongeren-Borgloon, België, voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. O.P.M. Fruytier en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. E.A. Harland, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 26 november 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
4.Zie bijv. Rb Amsterdam 28 december 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:7937.
5.Hof van Justitie van de Europese Unie, 25 juli 2018, ML, ECLI:EU:C:2018:589.