Op 26 november 2025 heeft de Rechtbank Amsterdam uitspraak gedaan in een zaak betreffende een Europees aanhoudingsbevel (EAB) dat was uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, Afdeling Tongeren-Borgloon, België. De zaak betreft de overlevering van een opgeëiste persoon, geboren in 1998, die in Nederland woont. De behandeling van het EAB begon op 30 oktober 2025, waarbij de officier van justitie mr. J.I.P. Hofstee aanwezig was. De opgeëiste persoon werd bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe. Tijdens deze zitting werd de termijn voor uitspraak verlengd en werd de gevangenhouding bevolen, met schorsing tot aan de uitspraak.
Op 13 november 2025 vond een tussenuitspraak plaats, waarin de rechtbank het onderzoek heropende om de officier van justitie de gelegenheid te geven om aanvullende informatie te verkrijgen over de pleegdatum en pleegplaats van de feiten. De zitting op 26 november 2025 werd voortgezet met instemming van de partijen, waarbij opnieuw mr. N.R. Bakkenes als officier van justitie aanwezig was. De rechtbank sloot het onderzoek en deed direct uitspraak.
De rechtbank oordeelde dat het EAB voldeed aan de eisen van de Overleveringswet (OLW) en dat er geen weigeringsgronden waren voor de overlevering. De rechtbank heeft de Belgische detentieomstandigheden beoordeeld en geconcludeerd dat de verstrekte detentiegaranties voldoende waren om de overlevering toe te staan. De rechtbank verwierp het verweer van de raadsman, die had betoogd dat de detentieomstandigheden in België onmenselijk waren. De rechtbank benadrukte dat eerdere meldingen van niet-naleving van detentiegaranties als incidenten moeten worden beschouwd en dat de Belgische autoriteiten de garanties naleven. De rechtbank besloot uiteindelijk de overlevering toe te staan.