De rechtbank Amsterdam behandelde op 28 december 2022 een vordering tot overlevering van een Nederlandse staatsburger aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Parket van de procureur des Konings Antwerpen. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van zeven jaar opgelegd door de correctionele rechtbank Antwerpen.
De rechtbank stelde vast dat de identiteit van de opgeëiste persoon correct was vastgesteld en dat deze de Nederlandse nationaliteit bezit. De overlevering werd beoordeeld aan de hand van de Overleveringswet (OLW), waarbij onder meer werd gekeken naar de onherroepelijkheid van het vonnis en de mogelijkheid tot rechtsmiddelen. Omdat het vonnis nog niet onherroepelijk is, is de overlevering toegestaan onder de voorwaarde dat de opgeëiste persoon na overlevering wordt geïnformeerd over zijn rechten op verzet en hoger beroep.
De rechtbank onderzocht ook de detentieomstandigheden in België, waaruit bleek dat er een algemeen risico op onmenselijke behandeling bestaat. De Belgische autoriteiten gaven echter voldoende garanties dat de opgeëiste persoon in een humane en conforme detentie-instelling zal worden ondergebracht, met voldoende leefruimte, sanitaire voorzieningen en toegang tot dagactiviteiten en medische zorg.
Gezien deze garanties en het ontbreken van weigeringsgronden, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.