ECLI:NL:RBAMS:2024:985

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
21 februari 2024
Publicatiedatum
22 februari 2024
Zaaknummer
C/13/746617 / HA RK 24-62
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36 RvArt. 40 RvArt. 41 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verschoning rechter toegewezen wegens mogelijke partijdigheid

In deze zaak is een verzoek tot verschoning ingediend tegen een rechter die eerder betrokken was bij de behandeling van een zaak onder zaaknummer C/13/736299 / FA RK 23-4499. Het verzoek is gebaseerd op het feit dat de rechter kennis heeft van informatie die zij voor de beoordeling van de zaak van belang acht, maar die zij niet met partijen kan delen vanwege het ontbreken van toestemming van een partij.

De wrakingskamer heeft beoordeeld of de omstandigheden zodanig zijn dat de rechterlijke onpartijdigheid in het geding is, zoals bedoeld in artikel 36 en Pro 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Gezien de aard van de informatie en de betrokkenheid van de rechter is geconcludeerd dat er een reëel risico bestaat dat de onpartijdigheid zou kunnen worden geschaad.

Op grond hiervan is het verzoek tot verschoning toegewezen en is bepaald dat de hoofdzaak zal worden voortgezet door een andere rechter. Deze beslissing is zonder mondelinge behandeling genomen en er staat geen rechtsmiddel tegen open.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het onder rekestnummer C/13/746617 HA RK 24/62 ingeschreven verzoek van:
mr. V. Zuiderbaan, kinderrechter bij de rechtbank Amsterdam, hierna: de rechter.

1.Verloop van de procedure

1.1.
Bij de afdeling Privaatrecht, team familie en jeugd van de rechtbank te Amsterdam is onder zaaknummer C/13/736299 / FA RK 23-4499 een zaak aanhangig die ter behandeling is toegewezen aan de rechter.

2.Het verzoek

2.1.
Aan het verzoek is ten grondslag gelegd dat de rechter eerder bemoeienis heeft gehad met de zaak of met partijen. De rechter draagt kennis van informatie die zij voor de beoordeling van de zaak zeer van belang vindt en die zij niet buiten beschouwing kan laten, maar die zij ambtshalve niet kan delen met een van partijen omdat de andere partij daar geen toestemming voor geeft.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 40 van Pro het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv) dient in een verschoningsprocedure te worden beslist of er sprake is van de in artikel 36 Rv Pro genoemde feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uit voormelde bepaling valt af te leiden dat de behandeling van een verschoningsverzoek, anders dan de behandeling van een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting behoeft plaats te vinden. De rechtbank zal daarom zonder mondelinge behandeling een beslissing nemen op het verzoek.
3.2.
Verschoning is een middel ter verzekering van (het vertrouwen in) de rechterlijke onpartijdigheid.
3.3.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd is de Wrakingskamer van oordeel dat sprake is van zodanige omstandigheden dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Het verzoek zal daarom worden toegewezen.
4. Op grond van het vorenstaande wordt beslist als volgt.
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot verschoning toe en bepaalt dat de hoofdzaak met zaaknummer C/13/736299 / FA RK 23-4499 wordt voortgezet voor een andere rechter;
- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 41 tweede Pro lid Rv wordt toegezonden aan:
(de advocaat van) partijen;
de rechter.
Aldus gegeven door mrs. P.B. Martens, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en A.W.J. Ros, leden, op 21 februari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.