Uitspraak
1.[gedaagde] ,
2.
ON TIME HOUSING B.V.,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 9 februari 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiser]
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Amsterdam
Eiser huurde vanaf 10 maart 2022 een kamer van On Time Housing voor een bepaalde tijd, met een maandhuur van €925. Na 10 maart 2023 werd de huur niet schriftelijk beëindigd, waardoor de huurovereenkomst stilzwijgend werd verlengd. De Huurcommissie stelde de redelijke huurprijs vast op €228,66 per maand.
Eiser werd onvrijwillig ontruimd tijdens zijn afwezigheid en zijn spullen werden opgeslagen, waarbij enkele waardevolle zaken ontbraken. Eiser vorderde in kort geding dat On Time Housing hem binnen een week zijn oude kamer of een vergelijkbare kamer ter beschikking stelt, met aansprakelijkheid voor huurprijsverschil boven €228,66.
De rechtbank oordeelde dat On Time Housing verhuurder is en de huurovereenkomst niet rechtsgeldig was geëindigd. De vordering werd toegewezen jegens On Time Housing, die tevens werd veroordeeld tot betaling van een dwangsom en proceskosten. De vordering jegens de eigenaar werd afgewezen wegens gebrek aan verhuurderschap en onvoldoende bewijs van onrechtmatige daad.
De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: On Time Housing wordt veroordeeld om binnen een week de kamer of een vergelijkbare kamer ter beschikking te stellen tegen een redelijke huurprijs, met aansprakelijkheid voor het meerdere.