ECLI:NL:RBAMS:2024:835
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.C. Loman
- C.J. van Niejenhuis - Baijens
- C.M. Delstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen intrekking investeringssubsidie en terugvordering voorschotten
Eiseres Inland Grave B.V. heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot intrekking van een investeringssubsidie en terugvordering van voorschotten. De subsidie was toegekend voor de aanschaf van tandartsuitrusting, maar na een conflict en beëindiging van de bedrijfsvoering werd de subsidie op nihil gesteld en het voorschot teruggevorderd.
De rechtbank oordeelt dat het college de terugvordering terecht baseerde op artikel 4:95, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat de bevoegdheid tot terugvordering niet is verjaard, mede omdat een betalingsregeling de verjaringstermijn heeft verlengd. De verwijzing naar de Nadere regels inzake investeringssubsidies is rechtsgeldig en de verplichtingen uit deze regels zijn van toepassing.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet heeft voldaan aan de verplichting de bedrijfsuitrusting minimaal drie jaar te gebruiken en dat de bedrijfsvoering slechts kort heeft gefunctioneerd. De nihil-vaststelling van de subsidie is een passend en evenwichtig middel om naleving van de regeling af te dwingen en is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel.
Daarnaast is vastgesteld dat de bezwaar- en beroepsprocedure een overschrijding van de redelijke termijn van ruim vijf jaar kent, waarvoor eiseres een immateriële schadevergoeding van in totaal €6.000 wordt toegekend, waarvan een deel voor rekening van het college en een deel voor de Staat komt.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand, en eiseres krijgt geen terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de subsidie-intrekking en terugvordering blijven in stand, met toekenning van een immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.