Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:8262

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
6 januari 2025
Zaaknummer
13/302610-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 22 OLWArt. 23 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering opgeëiste persoon aan Tsjechië op grond van Europees aanhoudingsbevel

De rechtbank Amsterdam heeft op 18 december 2024 uitspraak gedaan over de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Tsjechië. De opgeëiste persoon, geboren in 1988 en van Tsjechische nationaliteit, werd niet persoonlijk gehoord maar vertegenwoordigd door zijn advocaat.

In eerdere tussenuitspraak van 27 november 2024 heeft de rechtbank reeds geoordeeld over de grondslag van het EAB, de strafbaarheid van het feit en mogelijke weigeringsgronden. Nadere informatie verkregen in een gerelateerde zaak maakte het mogelijk om in alle vier de overleveringszaken tegen de opgeëiste persoon tegelijk een einduitspraak te doen.

De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet (artikelen 2, 5 en 7 OLW) en dat er geen weigeringsgronden zijn die overlevering in de weg staan. Daarom is besloten de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open, conform artikel 29, tweede lid, OLW.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Tsjechië toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/302610-24 (EAB III)
Datum uitspraak: 18 december 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 27 september 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 10 maart 2021 door
the District Court in Opava, Tsjechië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Tsjecho-Slowakije) op [geboortedag] 1988,
laatst opgegeven feitelijke woon- of verblijfplaats:
[BRP-adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 20 november 2024, in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw, mr. F.S. Baardman, advocaat te Utrecht, die verklaard heeft door hem gemachtigd te zijn. De raadsvrouw neemt waar voor mr. C.N.G. Starmans, ook advocaat te Utrecht.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenneming bevolen.
Op 27 november 2024 is een tussenuitspraak gewezen omdat in het tegelijk behandelde EAB II (parketnummer 13/302412-24) nadere informatie moest worden opgevraagd in het kader van de toetsing aan artikel 12 OLW Pro. De rechtbank wil in alle vier de overleveringszaken tegen opgeëiste persoon tegelijk einduitspraak kunnen doen.
De behandeling is op 10 december 2024 met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing op 27 november 2024. De opgeëiste persoon is wederom niet verschenen maar is vertegenwoordigd door zijn gemachtigd raadsman, mr. C.N.G. Starmans, advocaat te Utrecht.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft (nogmaals) de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Tsjechische nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak van 27 november 2024

In de tussenuitspraak van 27 november 2024 [3] heeft de rechtbank al geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro en de strafbaarheid van het feit. Deze overwegingen dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.

4.Slotsom

Inmiddels is nadere informatie verstrekt in de zaak van EAB II zodat in alle vier de overleveringszaken tegelijk einduitspraak kan worden gedaan.
De rechtbank stelt vast dat onderhavig EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

5.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, en 7 OLW.

6.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the District Court in Opava, Tsjechië, voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. A.K. Glerum, voorzitter,
mrs. J.B. Oreel en B.M. Vroom-Cramer, rechters,
in tegenwoordigheid van L.E. Poel en mr. D.F.A. Reuvekamp, griffiers,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 18 december 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 OLW Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.