ECLI:NL:RBAMS:2024:7840

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 november 2024
Publicatiedatum
16 december 2024
Zaaknummer
13/263509-24 (EAB I)
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 9 Wegenverkeerswet 1994Art. 176 Wegenverkeerswet 1994
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel uit Hongarije

De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 november 2024 het verzoek tot overlevering van een persoon aan Hongarije op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Pécs District Court op 8 mei 2024. De opgeëiste persoon, geboren in 1982, werd gedetineerd in Nederland en verscheen bij de eerste zitting met bijstand van een advocaat en tolk. Na een tussenuitspraak op 31 oktober 2024, waarin onder meer de grondslag van het EAB en de dubbele strafbaarheid werden beoordeeld, werd het onderzoek heropend en later voortgezet.

De rechtbank stelde de identiteit van de opgeëiste persoon vast en bevestigde diens Hongaarse nationaliteit. De rechtbank concludeerde dat het EAB voldoet aan de eisen van de Overleveringswet, met name artikel 2 OLW Pro, en dat er geen wettelijke weigeringsgronden zijn die de overlevering in de weg staan. De opgeëiste persoon deed afstand van zijn recht om bij de zitting aanwezig te zijn.

Op grond van de artikelen 9 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 2, 5 en 7 van de Overleveringswet besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Hongarije toe.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/263509-24 (EAB I)
Datum uitspraak: 12 november 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 6 september 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1] Dit EAB is uitgevaardigd op
8 mei 2024 door
the Pécs District Court(Hongarije), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren in [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1982
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
gedetineerd in [detentieplaats]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 23 oktober 2024
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 23 oktober 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. M.H. Aalmoes, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak 31 oktober 2024
Het onderzoek ter zitting is heropend onder gelijktijdige schorsing voor onbepaalde tijd, teneinde in de zaak van EAB I tegelijk einduitspraak te kunnen doen als in de zaak van EAB II. In de zaak van EAB II heeft de rechtbank, kort gezegd, besloten om bij tussenuitspraak van
31 oktober 2024 het onderzoek ter zitting te heropenen voor het stellen van vragen aan de Hongaarse autoriteiten inzake de toetsing aan artikel 12 OLW Pro.
Zitting 12 november 2024
De rechtbank heeft de behandeling van het EAB met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling hervat op de zitting van 12 november 2024 in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie en de gemachtigde raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. M.H. Aalmoes.
De niet verschenen opgeëiste persoon heeft bij verklaring van 12 november 2024 afstand gedaan van zijn recht om ter zitting van de rechtbank aanwezig te zijn.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Hongaarse nationaliteit heeft.

3.Tussenuitspraak van 31 oktober 2024

De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 31 oktober 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:6963) beslissingen genomen over de grondslag van het EAB en over de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt gevraagd.
De betreffende overwegingen 3 en 4 van de voornoemde tussenuitspraak worden in deze uitspraak als herhaald en ingelast beschouwd.

4.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

5.Toepasselijke wetsartikelen

Artikelen 9 en 176 Wegenverkeerswet 1994 en de artikelen 2, 5 en 7 OLW.

6.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Pécs District Court(Hongarije) voor het feit, zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. J.B. Oreel en H.P. Kijlstra, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 november 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.