De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1985, met een psychiatrische stoornis. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting en toonde zorgmijdend gedrag, waardoor direct psychiatrisch onderzoek niet mogelijk was. De psychiater had betrokkene slechts kort gesproken bij een supermarkt, waarna betrokkene wegliep.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het beperkte contact, de medische verklaring voldeed aan de wettelijke vereisten zoals door de Hoge Raad gesteld, gezien de omstandigheden waaronder betrokkene niet wilde meewerken. Betrokkene lijdt aan schizofrenie, middelengebruik en mogelijk een lichte verstandelijke beperking, wat leidt tot ernstig nadeel zoals maatschappelijke teloorgang en gevaar voor de veiligheid.
Na afweging van de belangen en het ontbreken van minder ingrijpende alternatieven, verleende de rechtbank een zorgmachtiging voor zes maanden. Deze machtiging omvat verplichte medicatie, medische controles, therapeutische maatregelen en beperkingen in de bewegingsvrijheid en communicatie, met het doel betrokkene te stabiliseren en verdere achteruitgang te voorkomen.