Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 november 2024 in de zaak tussen
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam heeft op 27 november 2024 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke geschil over de afwijzing van een aanvraag voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart (GPK) voor een passagier. De aanvraag was ingediend door de moeder van eiseres, die vanwege medische beperkingen een GPK wilde verkrijgen. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, had de aanvraag afgewezen op basis van een medisch advies van de GGD-arts.
Eiseres voerde aan dat zij door het syndroom van Crouzon, voetproblemen en een energiehuishoudingsstoornis ernstig beperkt is in haar loopvermogen en afhankelijk is van deur-tot-deur hulp. De rechtbank oordeelde dat het GGD-advies, hoewel summier, voldoende inzichtelijk en gemotiveerd was en dat de medische stukken onvoldoende onderbouwing boden om het advies te betwisten. Ook werd geoordeeld dat het standpunt van de moeder over het niet kunnen tillen van een rolstoel onvoldoende feitelijk was onderbouwd.
Daarnaast werd een motiveringsgebrek vastgesteld in de afwijzing van de zogenaamde d-grond (hardheidsclausule), maar dit werd hersteld door de nadere toelichting van verweerder in het verweerschrift. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat het bestreden besluit in stand blijft. Verweerder moet het griffierecht van €184,- aan eiseres vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een gehandicaptenparkeerkaart voor een passagier wordt ongegrond verklaard.