ECLI:NL:RBAMS:2024:6791
Rechtbank Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vaststelling billijke vergoeding en vergoedingen na onrechtmatige beëindiging arbeidsovereenkomst
In deze civiele zaak heeft de kantonrechter vastgesteld dat er tussen Menspire en verzoeker sprake was van een arbeidsovereenkomst die onrechtmatig door Menspire is beëindigd. De procedure volgde op een eerdere tussenbeschikking waarin deze kwalificatie werd bevestigd. De kern van het geschil betrof de omvang van de arbeidsduur, de rechtmatigheid van de opzegging en de hoogte van de vergoedingen waarop verzoeker aanspraak maakt.
Verzoeker stelde op basis van in- en uitchecktijden van zijn NS Reizigers Business Card een werkweek van gemiddeld 45,40 uur, afgerond naar 46 uur, terwijl Menspire een lagere urenomvang van 38,31 uur aanvoerde. De kantonrechter oordeelde dat de door verzoeker onderbouwde uren aannemelijk zijn en dat pauzes en reistijd niet in mindering mogen worden gebracht zoals Menspire betoogde. Ook werd vastgesteld dat verzoeker niet meer verlofuren had opgenomen dan waarop hij volgens de CAO recht had.
De kantonrechter veroordeelde Menspire tot betaling van een billijke vergoeding van €6.000, een transitievergoeding van €877,85, een boete van één maandsalaris (€2.940,62), vergoeding van reiskosten (€3.984,87), achterstallig salaris en vakantietoeslag, en afdracht van sociale en pensioenpremies. De proceskosten werden aan Menspire opgelegd. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Menspire wordt veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding, transitievergoeding, boete, achterstallig salaris, reiskosten en sociale premies wegens onrechtmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.