ECLI:NL:RBAMS:2024:6523
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen boete voor omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten
Eiser was eigenaar van een woning in Amsterdam die volgens de gemeente zonder vergunning was omgezet van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimten. De gemeente legde een bestuurlijke boete van €25.140 op vanwege overtreding van artikel 21, eerste lid, onder c, van de Huisvestingswet. Eiser betwistte de overtreding en stelde dat onvoldoende bewijs bestond dat de woning door meer dan drie huishoudens werd bewoond.
De rechtbank onderzocht de feiten, waaronder inschrijvingen in de Basisregistratie Personen, verklaringen van bewoners en foto’s van de woning. De rechtbank concludeerde dat er onvoldoende bewijs was dat vijf personen daadwerkelijk in de woning woonden en dat de kamers als onzelfstandige woonruimten werden gebruikt. De verklaringen van de hoofdhuurster werden als onvoldoende betrouwbaar beoordeeld, mede vanwege ontbrekende sloten op kamerdeuren.
Gelet op de strenge bewijsmaatstaf voor het opleggen van een boete en het ontbreken van voldoende bewijs, oordeelde de rechtbank dat de boete ten onrechte was opgelegd. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en veroordeelde de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de boete wegens onvoldoende bewijs van omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten.