ECLI:NL:RBAMS:2024:6508
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering studiefinanciering en oplegging ov-schuld wegens niet-ingeschreven student
Eiser had studiefinanciering aangevraagd voor het studiejaar 2023/2024 en ontving aanvankelijk een toekenning op basis van een vermeende inschrijving bij een opleiding. DUO controleerde later de inschrijving via het Register Onderwijsdeelnemers (ROD) en stelde vast dat eiser niet ingeschreven stond voor de betreffende periode. Op grond hiervan besloot DUO om € 716,89 aan studiefinanciering terug te vorderen en een ov-schuld van € 325,62 op te leggen wegens het gebruik van een reisproduct zonder recht.
Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat hij wel degelijk ingeschreven stond en dat hij het reisproduct tijdig had stopgezet. De rechtbank oordeelde dat de gegevens in het ROD leidend zijn voor het recht op studiefinanciering en dat de inschrijving een zaak is tussen de student en de onderwijsinstelling. Het bewijs van inschrijving dat eiser overlegde, kon het ontbreken van een registratie in het ROD niet weerleggen.
Verder overwoog de rechtbank dat de ov-schuld geen boete is, maar een gefixeerd bedrag dat volgt uit de Wet studiefinanciering 2000. Omdat eiser niet stond ingeschreven, had hij geen recht op het reisproduct en mocht DUO de schuld opleggen. De rechtbank zag geen aanleiding tot matiging van de schuld en wees het beroep af.
De uitspraak bevestigt dat DUO bevoegd is om studiefinanciering terug te vorderen en ov-schulden op te leggen op basis van het ROD, en benadrukt dat eventuele geschillen over inschrijving tussen student en onderwijsinstelling moeten worden opgelost. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard; DUO mocht studiefinanciering terugvorderen en een ov-schuld opleggen wegens het ontbreken van inschrijving.