ECLI:NL:RBAMS:2024:6369
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om noodopvang en begeleid thuis voor dakloos gezin in Amsterdam
Verzoekster, een moeder uit Ghana met een zoontje van 1,5 jaar, vroeg om noodopvang en begeleid thuis voor gezinnen in Amsterdam. Haar aanvragen werden door het college afgewezen omdat andere vormen van hulp voldoende zouden zijn en zij niet voldeed aan de regiobindingseis voor noodopvang.
De voorzieningenrechter erkent het spoedeisend belang van verzoekster, die sinds september 2024 zonder vaste verblijfplaats is, maar oordeelt dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. Uit het screeningsverslag blijkt dat verzoekster geen verslavingen, schulden of justitiële problemen heeft en goed voor haar kind kan zorgen. De hulpvragen betreffen vooral huisvesting, werk, medische zorg en taalvaardigheid, maar dit betekent niet dat zij niet zelfredzaam is.
De rechtbank stelt dat het college de regiobindingseis terecht heeft toegepast, aangezien verzoekster pas sinds oktober 2023 in de Basisregistratie Personen staat ingeschreven en haar rechtmatig verblijf in Nederland pas sinds januari 2024 geldt. De belangen van het kind zijn voldoende meegenomen in de besluitvorming. Gezien het ontbreken van een stabiele woonomgeving en het niet voldoen aan de regiobindingseis, weegt het belang van het college zwaarder dan dat van verzoekster. Daarom worden de verzoeken afgewezen.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening voor noodopvang en begeleid thuis worden afgewezen vanwege onvoldoende regiobinding en het ontbreken van ontoereikende zelfredzaamheid.