Eiseres heeft een aanvraag om AOW-pensioen ingediend nadat zij de AOW-leeftijd bereikte, maar deze werd afgewezen door de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De Svb stelde dat eiseres nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt en dus niet zelfstandig verzekerd was voor de AOW. Daarnaast kon zij geen aanspraak maken op huwelijkse tijdvakken omdat zij pas met haar echtgenoot trouwde nadat hij de AOW-leeftijd had bereikt.
De rechtbank bevestigde dat de verzekering voor de AOW alleen geldt voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt. Omdat eiseres met haar echtgenoot trouwde nadat hij deze leeftijd had bereikt, konden de periodes dat hij verzekerd was niet worden meegeteld. Hierdoor was er geen grond voor het toekennen van huwelijkse tijdvakken op grond van het verdrag tussen Nederland en Marokko.
Eiseres voerde aan dat zij sinds het overlijden van haar echtgenoot onvoldoende financiële middelen heeft, maar de rechtbank oordeelde dat financiële nood geen grond is voor het toekennen van AOW-pensioen. De wettelijke voorwaarden zijn leidend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.