Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 oktober 2024 in de zaak tussen
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit Amsterdam, verzoekers
Inleiding
23 augustus 2024 heeft de toezichthouder geconcludeerd dat [verzoeker 2] in ieder geval sinds
1 januari 2023 een gezamenlijke huishouding voert met [verzoeker 1] .
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Wanneer is sprake van een gezamenlijke huishouding?
1 januari 2023 is dan ook in strijd met de uitkomsten van dit onderzoek. Het college heeft op de zitting toegelicht dat het voor deze datum heeft gekozen, omdat verzoekers vanaf deze datum weer een relatie hebben. Deze motivering kan gelet op de uitkomsten van voornoemd onderzoek niet worden gevolgd.