ECLI:NL:RBAMS:2024:6188
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking B&B-vergunning wegens afwijkende plattegrond
Verzoeker had een B&B-vergunning verleend gekregen in 2020, maar het college trok deze in juli 2024 omdat de plattegrond bij de aanvraag niet overeenkwam met de feitelijke situatie en de oppervlakte-eisen niet werden gehaald.
Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening zodat hij tot 1 december 2024 de B&B mocht blijven exploiteren. Hij stelde dat hij financieel afhankelijk was van de exploitatie om de winter door te komen en zijn woonboot niet te hoeven verkopen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen onverwijlde spoed was, omdat verzoeker zijn financiële nood onvoldoende onderbouwde met stukken. Ook was het niet aannemelijk dat de situatie op korte termijn gelegaliseerd kon worden zonder ingrijpende verbouwing.
Verder was niet gebleken dat het besluit evident onrechtmatig was. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen intrekking B&B-vergunning wordt afgewezen wegens ontbreken van onverwijlde spoed en evident onrechtmatigheid.