ECLI:NL:RBAMS:2024:6021
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht van erfdienstbaarheid voetpad: versmalling door tuinhuis en erfafscheiding
In deze civiele zaak tussen buren over een recht van erfdienstbaarheid van een voetpad heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat het nieuwe, grotere tuinhuis van de gedaagde het voetpad zodanig versmald dat normaal gebruik, zoals met een fiets aan de hand of rolstoel, wordt belemmerd. De rechtbank bepaalt dat de gedaagde een hoek van 60 centimeter aan beide zijden van het tuinhuis moet afhalen om de doorgang te verbeteren.
De eiser vorderde herstel van het voetpad in de oorspronkelijke breedte van 2 meter, maar de rechtbank oordeelt dat hij geen recht heeft op volledige herstel, omdat de akte van vestiging geen specifieke breedte vermeldt. De versmalling in de bocht van het voetpad is het belangrijkste probleem. De rechtbank wijst de vordering toe voor gedeeltelijk herstel en legt een dwangsom op bij niet-naleving.
De gedaagde stelde een tegenvordering in over een vlechtscherm dat oorspronkelijk over de erfgrens stond, maar de eiser heeft dit inmiddels vervangen door een schutting binnen zijn erfgrens. De rechtbank wijst deze tegenvordering af en veroordeelt de eiser in de proceskosten van de reconventie.
Partijen zijn gebonden aan eerdere schikkingsafspraken over het verlagen van schuttingen en mogelijke aankoop van grond, maar omdat die niet zijn nagekomen, moest de rechtbank alsnog uitspraak doen. De proceskosten worden verdeeld conform het oordeel.
Uitkomst: Gedaagde moet een hoek van 60 cm van het tuinhuis afhalen om het voetpad bruikbaar te houden; tegenvordering afgewezen.