Uitspraak
RECHTBANK Amsterdam
1.[eiser 1] ,
2.
[eiser 2] B.V.,
3.
HAABER GROUP B.V.,
4.
BPM HUYS B.V.,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
Eisers hebben een kort geding aangespannen tegen ING naar aanleiding van de beëindiging van hun bankrelatie in februari 2024. De zitting stond gepland op 14 augustus 2024, maar werd door eisers ingetrokken voordat deze plaatsvond. ING verzocht daarop om proceskostenveroordeling op grond van artikel 8.1 van het Landelijk procesreglement kort gedingen.
De rechtbank overweegt dat een verzoek tot proceskostenveroordeling na intrekking binnen veertien dagen moet worden ingediend en dat toewijzing afhankelijk is van de reden van intrekking. ING stelde dat sprake was van misbruik van procesrecht vanwege de evidente ongegrondheid van de vordering, maar eisers reageerden niet op verzoeken om opheldering.
De rechtbank oordeelt dat zonder inhoudelijke behandeling niet kan worden vastgesteld dat de vordering evident ongegrond was en dat er geen sprake is van misbruik of onrechtmatig procederen. Daarom wijst zij een volledige vergoeding van werkelijke advocaatkosten af en veroordeelt zij eisers tot betaling van proceskosten volgens het liquidatietarief, begroot op € 1.973,00.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de overige verzoeken zijn afgewezen.
Uitkomst: Eisers worden veroordeeld tot betaling van proceskosten aan ING volgens het liquidatietarief, totaal € 1.973,00.