ECLI:NL:RBAMS:2024:5762

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 september 2024
Publicatiedatum
16 september 2024
Zaaknummer
13-032004-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 12 OLW
Verwijzingen
13 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering Europees aanhoudingsbevel Portugal ondanks detentiegarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde op 12 september 2024 de vordering tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Portugal. De opgeëiste persoon werd verdacht van oplichting, vervalsing van administratieve documenten en handel in valse betaalmiddelen, feiten die in Nederland als lijstfeiten zijn opgenomen. De straf betreft een resterende gevangenisstraf van ongeveer 10 maanden.

De rechtbank stelde vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 Overleveringswet Pro (OLW), die ziet op het ontbreken van een eerlijk proces, niet van toepassing is omdat de opgeëiste persoon zelf bij de procedure aanwezig was. Tevens werd vastgesteld dat de voorwaardelijke invrijheidsstelling was herroepen wegens overtreding van huisarrest, maar dit geen wijziging van de strafmaat betrof.

Hoewel er een algemeen reëel gevaar bestaat voor onmenselijke behandeling in bepaalde Portugese detentie-inrichtingen, werd door de Portugese autoriteiten een garantie afgegeven dat de opgeëiste persoon niet in deze instellingen zal worden geplaatst. De rechtbank achtte deze garantie voldoende om het gevaar weg te nemen en stond daarom de overlevering toe.

De uitspraak is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open. De beslissing is genomen conform de artikelen 2, 5, 7 en 11 van de Overleveringswet en het Wetboek van Strafrecht.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Portugal toe onder de gegeven detentiegarantie.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13-032004-24
Datum uitspraak: 12 september 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 3 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 22 december 2023 door
the Enforcement of Sentences Court of Porto, Portugal (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Portugal) op [geboortedag] 1978,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[BRP adres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 29 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. A.S. Sewgobind, advocaat te Eindhoven en door een tolk in de Portugese taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen, onder gelijktijdige schorsing daarvan tot aan de uitspraak van de rechtbank.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Portugese nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt – in samenhang gelezen met de aanvullende informatie van 12 juli 2024 – een
enforceable judgmentvan
the Judicial Court of the District of Portovan 12 oktober 2020 (kenmerk: 2434/17.2T9LRS), definitief op 11 november 2020 (dossier 273/19.5TXPRT-F).
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 19 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB en de aanvullende informatie van 10 juli 2024 nog 10 maanden en 13 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde beslissing.
Deze beslissing betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB. [3]
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro
Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de procedure die tot het vonnis heeft geleid dat aan het EAB ten grondslag ligt. De weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Pro is hierom niet van toepassing op deze procedure.
De opgeëiste persoon heeft ruim acht maanden van de aan hem opgelegde gevangenisstraf uitgezeten, waarna hij voorwaardelijk in vrijheid is gesteld. Uit het EAB en de aanvullende informatie van 12 juli 2024 blijkt dat de voorwaardelijke invrijheidsstelling vervolgens is herroepen omdat de opgeëiste persoon zijn bijzondere voorwaarden heeft overtreden door zich aan zijn huisarrest te onttrekken.
De beslissing tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling zelf is geen beslissing waarbij de aard of de maat van de aanvankelijk opgelegde straf is gewijzigd. Deze beslissing valt daarom niet onder de reikwijdte van artikel 12 OLW Pro. [4] Dit betekent dat de rechtbank geen andere beslissing aan artikel 12 OLW Pro hoeft te toetsen dan de veroordeling waarbij de gevangenisstraf is opgelegd.

4.Strafbaarheid

4.1
Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. De feiten vallen op deze lijst onder de nummers 20 en 23, te weten:
oplichting
vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing van betaalmiddelen
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Portugal een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
4.2
Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft aangegeven dat het deel van het feitencomplex dat ziet op de schending van vertrouwen niet valt onder de in 4.1 genoemde lijstfeiten. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het deel van het feitencomplex dat ziet op de schending van vertrouwen levert naar Nederlands recht op:
oplichting

5.Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden

Bij uitspraak van 6 april 2021 [5] heeft de rechtbank een algemeen reëel gevaar aangenomen dat personen die in Portugal in de detentie-instellingen van Lissabon, Caxias en Setúbal zijn gedetineerd, onmenselijk of vernederend worden behandeld, zoals bedoeld in artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. In het CPT-rapport gepubliceerd in 2023 – waarbij Caxias en Setúbal anders dan Lissabon niet zijn bezocht – is het aangenomen algemeen reëel gevaar niet ontkracht. De rechtbank gaat dan ook nog steeds uit van een algemeen reëel gevaar in de zin van artikel 4 Handvest Pro voor deze drie detentie-instellingen.
Bij brief van 30 juli 2024 heeft
the Subdirector-Generalbij de
Direção-Geral de Reinserção e Serviços Prisionaisde volgende garantie gegeven:
“In my capacity as Subdirector-General for Reintegration and Prison Services, in the use of delegated competence, of the Portuguese Ministry of Justice, following a request made by a Dutch Court, I declare [opgeëiste persoon] , born on [geboortedag] 1978 (…) after his surrender to the Portuguese judicial authorities, within the scope of the European arrest warrant issued against him, will not be placed in the Prison Establishments of Caxias, Lisbon or Setúbal.”
Aan de hand van een globale beoordeling van alle gegevens waarover zij beschikt, gaat de rechtbank uit van de geboden zekerheid in de hiervoor vermelde garantie. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat door de hiervoor vermelde garantie het algemene reële gevaar voor de opgeëiste persoon wordt weggenomen.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 326 Wetboek van Strafrecht en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Enforcement of Sentences Court of Porto, Portugal voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.E.M. James-Pater, voorzitter,
mrs. M.C. Danel en A. Pahladsingh, rechters,
in tegenwoordigheid van L.E. Poel, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 september 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
3.Zie onderdeel e) van het EAB.
4.Hof van Justitie van de Europese Unie, 22 december 2017, zaak C-571/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:1026.
5.Rechtbank Amsterdam 6 april 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:1627.