Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBAMS:2024:5725

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
13 september 2024
Publicatiedatum
12 september 2024
Zaaknummer
11221954 \ CV EXPL 24-9086
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13 EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aanhouding huurzaken met indexerings- en opslagbeding in afwachting prejudiciële vragen Hoge Raad

Eiseres, een besloten vennootschap, vordert betaling van achterstallige huur- en servicekosten van gedaagde, die niet is verschenen en verstek is verleend. De kantonrechter toetst ambtshalve de huurprijswijzigingsbedingen aan het consumentenrecht, met name Richtlijn 93/13 EG over oneerlijke bedingen.

De overeenkomst bevat een huurprijswijzigingsbeding met een jaarlijkse indexering op basis van het consumentenprijsindexcijfer en een opslag van maximaal 3%. De kantonrechter verwijst naar eerdere zaken waarin vergelijkbare bedingen als oneerlijk zijn beoordeeld en prejudiciële vragen aan de Hoge Raad zijn gesteld.

De conclusie van de procureur-generaal geeft geen aanleiding om nu al een oordeel te geven over de geldigheid van het beding. Daarom wordt de zaak aangehouden en verwezen naar de rolzitting van 13 december 2024, in afwachting van de uitspraak van de Hoge Raad.

Uitkomst: De zaak wordt aangehouden in afwachting van de prejudiciële vragen die de Hoge Raad moet beantwoorden over de eerlijkheid van het huurprijswijzigingsbeding.

Uitspraak

RECHTBANKAMSTERDAM
Civiel recht
Kantonrechter
Zaaknummer: 11221954 \ CV EXPL 24-9086
Vonnis van 13 september 2024
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MEDISCH CENTRUM KEIZERSGRACHT HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
gemachtigde: J.S. Evers ,
tegen
[gedaagde],
thans zonder bekende woon- of verblijfplaats,
gedaagde,
niet verschenen.

1.De procedure

Eiseres heeft gedaagde partij gedagvaard. Gedaagde is niet verschenen. Tegen gedaagde is verstek verleend. De datum voor vonnis is bepaald op vandaag.

2.Gronden van de beslissing

De vordering

2.1.
Eiseres vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van een bedrag van € 27.512,36 aan huur- en servicekostenachterstand, vermeerderd met een schadevergoeding, rente en proceskosten.
Ambtshalve toetsing oneerlijke bedingen
2.2.
De overeenkomst die in deze procedure centraal staat, is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13 EG (de Richtlijn oneerlijke bedingen).
2.3.
De kantonrechter moet in iedere procedure ten aanzien van ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de overeenkomst en in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet eerlijk zijn ten opzichte van de consument. Bij die beoordeling is van belang of bedingen waaraan een consument gebonden is, zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoren. Of eiseres de consument ook daadwerkelijk aan die afspraken houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is in dit verband niet relevant.
2.4.
Nu eiseres de aanvangshuurprijs gedurende de loop van de huurovereenkomst heeft verhoogd en zij deze verhoogde huurprijs vordert, dient allereerst artikel 4.4 van de huurovereenkomst te worden getoetst. Deze bepaling luidt als volgt:
De huurprijs wordt voor het eerst per
01 december 2023en vervolgens jaarlijks aangepast overeenkomstig het gestelde in artikel 16 van Pro de algemene bepalingen. Bovenop en gelijktijdig met de jaarlijkse aanpassing overeenkomstig artikel 16 van Pro de algemene bepalingen, heeft de verhuurder het recht om de huurprijs te verhogen met
maximaal 3%, tenzij door de overheid anders bepaalt.
2.5.
In artikel 16 van Pro de algemene bepalingen staat, kort gezegd, dat de jaarlijkse huurprijswijziging plaatsvindt op basis van de wijziging van het maandprijsindexcijfer volgens de consumentenprijsindex (inflatiecorrectie).
2.6.
De kantonrechter Amsterdam heeft in de zaak met nummer ECLI:NL:RBAMS:2024:131 bij tussenvonnis een vergelijkbaar huurprijswijzigingsbeding oneerlijk verklaard. In de zaak met nummer ECLI:NL:RBAMS:2024:129 heeft de kantonrechter Amsterdam bij tussenvonnis het voornemen geuit om een vergelijkbaar huurprijswijzigingsbeding oneerlijk te verklaren. In deze tussenvonnissen heeft de kantonrechter hierover prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld. Plaatsvervangend procureur-generaal mr. M.H. Wissink heeft vervolgens in beide zaken op 19 juli 2024 een gelijkluidende conclusie genomen (ECLI:NL:PHR:2024:771/770). Deze conclusie geeft geen aanleiding om ten aanzien van het onderhavige huurprijswijzigingsbeding nu al een oordeel te geven over de geldigheid en eerlijkheid daarvan. De conclusie geeft wel aanleiding om de onderhavige zaak – en overigens alle zaken waarin een huurprijswijzigingsbeding bestaande uit indexatie en een opslag een rol speelt – aan te houden tot de Hoge Raad de prejudiciële vragen heeft beantwoord. De zaak wordt daartoe verwezen naar de rol van 13 december 2024.

3.De beslissing

De kantonrechter
I verwijst de zaak naar de rol van 13 december 2024 in afwachting van beantwoording van de prejudiciële vragen zoals hiervoor onder 2.6 beschreven.
Dit vonnis is gewezen door mr. B. Brokkaar, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken door mr. H.M. Patijn, kantonrechter, op 13 september 2024.