Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting omdat hij niet op de hoogte was van de uitbreiding van de tijden waarop betaald parkeren geldt in zijn wijk. Hij stelde dat de gemeente niet aan haar informatieplicht had voldaan, omdat hij persoonlijk niet was geïnformeerd, terwijl sommige buren wel per e-mail waren geïnformeerd.
De heffingsambtenaar stelde dat de wijziging van het parkeerbeleid was gepubliceerd in het Uitvoerings- en aanwijzingsbesluit parkeerbelasting Amsterdam juli 2023, dat op 28 juni 2023 op de website van de overheid was geplaatst. Daarnaast was de wijziging algemeen bekendgemaakt via diverse nieuwskanalen, posters, huis-aan-huis-krantenadvertenties en borden op toegangswegen. Ook waren vergunninghouders per brief geïnformeerd.
De rechtbank overwoog dat gemeenten een informatieplicht hebben om wijzigingen zodanig kenbaar te maken dat geen misverstand kan bestaan over de verschuldigdheid van parkeerbelasting. Tegelijk geldt een onderzoeksplicht voor de parkeerder om zich vooraf te informeren. De rechtbank vond dat de gemeente voldoende aan haar informatieplicht had voldaan en dat de heffingsambtenaar niet verplicht was alle bewoners persoonlijk te informeren. Het niet op de hoogte zijn van eiser kwam voor zijn eigen rekening en risico.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd. Eiser kreeg het betaalde griffierecht niet terug.