Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 september 2024 in de zaak tussen
Koninklijke Luchtvaart Maatschappij N.V. (KLM), uit Amstelveen,Regional Jet Center B.V. (RJC), uit Haarlemmermeer,Martinair Holland N.V., uit Haarlemmermeer, eiseressen
de minister van Infrastructuur en Waterstaat (de minister), verweerder
Inleiding
Totstandkoming van het bestreden besluit
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank beoordeelt of de minister mocht besluiten de auditrapporten van de ILT gedeeltelijk openbaar te maken. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseressen.
4. Eiseressen hebben in feite twee grote bezwaren tegen openbaarmaking van de auditrapporten: openbaarmaking zou ten eerste de veiligheidscultuur en daarmee de toezichtrelatie met de ILT schaden en daarnaast de concurrentiepositie van eiseressen, omdat de auditrapporten bedrijfsvertrouwelijke informatie bevatten. In dat kader voeren zij meerdere beroepsgronden aan die de rechtbank hieronder zal bespreken.
-verstrekking in te stellen. Informatie die nationale bevoegde autoriteiten – zoals de ILT – onder zich hebben in het kader van de uitoefening van certificerings-, toezichts- en handhavingsbevoegdheden op basis van Vo 2018/1139 blijft vertrouwelijk en wordt enkel gedeeld met EASA en andere nationale bevoegde autoriteiten, tenzij de verordening bepaalt dat die informatie openbaar mag worden gemaakt. Eiseressen verwijzen in dat kader ook naar een arrest van het Hof van Justitie van 18 januari 2024. [1]
In de bijlage bij de Woo staan onder andere de artikelen 7.1 en 10.19 van de Wet Luchtvaart opgenomen. Deze artikelen zien echter niet op de Vo 2018/1139. Het vierde lid van artikel 7.1 van de Wet Luchtvaart behelst namelijk een openbaarmakingsregeling ten aanzien van gegevens die zijn ontvangen of verzameld door een bestuursorgaan op grond van de Verordening 376/2014 (de ‘Vo voorvallen’). Hoofdstuk 10 van de Wet Luchtvaart heeft geen betrekking op de burgerluchtvaart, maar op militaire luchtvaart. De rechtbank concludeert dan ook dat uit artikel 8.8 van de Woo en de bijlage bij de Woo niet blijkt dat met de Vo 2018/1139 sprake is van een uitputtende openbaarmakingsregeling, waarvoor de Woo moet wijken.
Zoals hiervoor is overwogen, kan de Woo blijkens de totstandkomingsgeschiedenis ook wijken wanneer om de een of andere reden en ondanks de bedoeling van de initiatiefnemers de bijlage waar nodig steeds te actualiseren, een uitputtend bedoeld openbaarmakingsregime niet op de bijlage is geplaatst. De initiatiefnemers hebben daarbij meegenomen dat de rechtspraak en wetgeving in ontwikkeling is en dat het kan voorkomen dat de bijlage niet compleet is. [4]
13. Niet in geschil is dat verzoeker tijdens de hoorzitting in bezwaar de verzoeken zodanig heeft beperkt dat hij verzoekt om openbaarmaking van alle fysieke inspectierapporten die de ILT heeft opgesteld of waartoe zij opdracht heeft gegeven aan derden, naar de luchtvaartbedrijven die vallen onder Part-145 werkzaam op de luchthavens Schiphol, Eindhoven-Airport en Maastricht-Airport gedurende de periode 2008 tot en met
9 augustus 2022. Uit het hoorverslag blijkt dat verzoeker het fenomeen ‘late logging’ wil aankaarten, wat inhoudt dat defecten die tijdens of na een vlucht optreden niet voorafgaand aan de volgende vlucht (meestal de terugvlucht) in het daartoe bedoelde logboek worden geregistreerd, maar pas na afloop van de terugvlucht. Volgens verzoeker pakt de ILT dit probleem jarenlang niet aan, ondanks zijn meldingen hieromtrent. Als verzoeker te kennen wordt gegeven dat in de auditrapporten niets te vinden is over ‘late logging’, antwoordt hij:
De rechtbank overweegt dat de minister de verzoeken daarom zo heeft mogen opvatten dat verzoeker om openbaarmaking van de auditrapporten heeft verzocht, ook al bevatten die rapporten informatie van de bedrijven. Dit is tussen verzoeker en de minister ook niet in geschil en sluit aan bij hetgeen is besproken in het kader van het Wob-verzoek, zoals blijkt uit eerdergenoemde uitspraak tussen partijen van de rechtbank Den Haag van
28 juni 2022.
Ter zitting heeft de minister nog geen standpunt ingenomen over de vraag of de trefwoorden moeten worden weggelakt en of er hierna nog iets overblijft van de auditrapporten. De rechtbank draagt de minister daarom op dit aanvullend te motiveren. De rechtbank overweegt dat – nu het aan verzoeker is om de reikwijdte van zijn verzoek te bepalen – het in dat kader weglakken van herleidbare informatie in geen geval kan leiden tot het volledig weigeren van de auditrapporten. Dit kan immers niet de bedoeling zijn van verzoekers verzoek om de auditrapporten in te zien.
Het belang van de bescherming van de toezichtrelatie weegt volgens eiseressen dan ook zwaarder dan het algemeen belang bij openbaarheid. Het algemeen belang is namelijk juist gebaat bij weigering van openbaarmaking, omdat het waarborgen van de toezicht relatie van belang is voor de effectieve controle in de luchtvaartsector en de luchtvaartveiligheid.
Ten eerste is volgens eiseressen sprake van bedrijfs- en fabricagegegevens. De auditrapporten bevatten namelijk informatie over de technische bedrijfsvoering en de organisatie van de luchtvaartonderhoudsbedrijven van eiseressen, over het al dan niet voldoen aan Part-145-voorschriften en daarmee over het presteren en de werkwijze van de luchtvaartonderhoudsbedrijven van eiseressen. Daarbij zijn prestatiegegevens van luchtvaartonderhoudsbedrijven concurrentiegevoelig. De luchtvaartonderhoudsbedrijven opereren op een mondiale markt, er zijn een beperkt aantal Part-145-gecertificeerde bedrijven en eiseressen opereren op Schiphol, een van de grootste luchthavens ter wereld. Eiseressen willen de auditrapporten met het oog op concurrentie geheim houden, maar zijn in het kader van de veiligheidscultuur en de open en transparante toezichtrelatie met de ILT ten behoeve van de luchtvaartveiligheid wel genoodzaakt om de ILT de informatie te verstrekken die uiteindelijk in de auditrapporten terechtkomt.
Ten tweede is volgens eiseressen de informatie waarover de ILT in het kader van haar toezicht op de luchtvaartonderhoudsbedrijven beschikt vertrouwelijk. Uit de parlementaire geschiedenis van de Woo blijkt dat de vertrouwelijkheid van een document expliciet of impliciet kan blijken. Eiseressen zijn volledig open en transparant richting de ILT, omdat zij ervan uitgaan dat de ILT alle informatie die de ILT onder zich krijgt vertrouwelijk behandelt. Vanwege de veiligheidscultuur en deze open en transparante toezichtsrelatie met eiseressen, mogen zij ervan uitgaan dat de ILT de auditrapporten en de daarin vervatte bedrijfs- en fabricagegegevens vertrouwelijk zal houden.
Voor wat betreft het tijdsverloop brengen eiseressen nog naar voren dat het voor hen van belang is dat informatie over de technische bedrijfsvoering niet openbaar wordt gemaakt over een langere periode. Concurrenten kunnen die informatie anders gebruiken om meer gedetailleerde analyses te maken van de technische bedrijfsvoering van eiseressen.
Conclusie en gevolgen
Nu partijen allen belang hebben bij snelle duidelijkheid over de vraag of de auditrapporten (gedeeltelijk) openbaar gemaakt kunnen worden, ziet de rechtbank aanleiding verweerder op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Awb (bestuurlijke lus) in de gelegenheid te stellen de gebreken in het bestreden besluit te herstellen. Om het gebrek te herstellen, dient de minister:
Beslissing
De rechtbank:
mr. K.S. Man, leden, in aanwezigheid van mr.N. Galjee-Melehi, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 september 2024.