ECLI:NL:RBAMS:2024:5122

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 augustus 2024
Publicatiedatum
16 augustus 2024
Zaaknummer
13/066086-24
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLWArt. 11 OLWArt. 22 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestaan van overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel naar Frankrijk ondanks detentieomstandigheden

De rechtbank Amsterdam behandelde een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uit Frankrijk gericht op de overlevering van een persoon geboren in 1994 zonder vaste verblijfplaats in Nederland. De procedure kende meerdere zittingen, waarbij de opgeëiste persoon soms niet aanwezig was, en de rechtbank de termijn voor uitspraak diverse malen verlengde.

Tijdens de procedure onderzocht de rechtbank de identiteit van de opgeëiste persoon en de inhoud van het EAB, waarbij werd vastgesteld dat de feiten dubbel strafbaar zijn en het onschuldverweer werd verworpen. De rechtbank stelde ook vast dat het EAB voldeed aan de formele vereisten van de Overleveringswet.

De rechtbank richtte zich vervolgens op de detentieomstandigheden in Frankrijk, met name in de detentie-instellingen Lille-Loos-Sequedin en Lille-Annoeullin. Gegevens toonden overbevolking en een algemeen gevaar voor schending van grondrechten in Lille-Loos-Sequedin, maar niet in Lille-Annoeullin. De Franse autoriteiten gaven een individuele garantie dat de opgeëiste persoon in Lille-Annoeullin zal worden geplaatst.

De raadsvrouw van de opgeëiste persoon uitte twijfels over deze garantie, maar de rechtbank vond deze onvoldoende onderbouwd. De officier van justitie betoogde dat geen reëel gevaar bestaat voor schending van grondrechten na overlevering. De rechtbank concludeerde dat de overlevering toegestaan kan worden omdat geen weigeringsgrond aanwezig is en de detentiegarantie voldoende is.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam op 20 augustus 2024, waarbij de overlevering werd toegestaan voor de in het EAB omschreven feiten. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de opgeëiste persoon naar Frankrijk toe onder de voorwaarde van plaatsing in detentie-instelling Lille-Annoeullin.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/066086-24
Datum uitspraak: 20 augustus 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 6 maart 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1]
Dit EAB is uitgevaardigd op 25 januari 2024 door
the Public Prosecutor to the Judicial Court of Lille(Frankrijk, hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 1994,
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
gedetineerd in [detentieplaats] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting 23 april 2024
De behandeling van het EAB was in eerste instantie gepland op de zitting van 23 april 2024. De zaak is toen echter aangehouden tot de zitting van 7 mei 2024, omdat er geen tolk aanwezig was.
Zitting 7 mei 2024
De behandeling van het EAB is na de schorsing van het onderzoek op 23 april 2024 hervat op de zitting van 7 mei 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is niet verschenen en is vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw, mr. A. Neermawatie Nandoe, advocaat in Rijswijk, die heeft verklaard dat de opgeëiste persoon haar uitdrukkelijk heeft gemachtigd om namens hem het woord te voeren.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2]
Tevens heeft de rechtbank voor de sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak 21 mei 2024
Bij tussenuitspraak van 21 mei 2024 [3] heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere informatie te laten verstrekken met het oog op de toetsing van de detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon in Frankrijk na zijn overlevering.
Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding.
Zitting 6 juni 2024
De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 6 juni 2024, in aanwezigheid van
mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. C.I. Zaad, advocaat in Den Haag, waarnemend voor mr. Neermawatie Nandoe, voornoemd, en een tolk in de Franse taal.
De rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW nogmaals met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding.
Tussenuitspraak 20 juni 2024
Bij tussenuitspraak van 20 juni 2024 [4] heeft de rechtbank wederom het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere informatie te laten verstrekken met het oog op de toetsing van de detentieomstandigheden voor de opgeëiste persoon in Frankrijk na zijn overlevering.
Ook heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen verlengd, onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding.
Zitting 6 augustus 2024
De behandeling van het EAB is hervat op de zitting van 6 augustus 2024, in aanwezigheid van
mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. Neermawatie Nandoe, voornoemd, en een tolk in de Franse taal.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de
bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Franse
nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van
the Judicial Court of Lille(Frankrijk) van 23 januari 2024, nummer: 22049000017, onderzoeksnummer: JICABJI922000008.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Frans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB. [5]

4.Tussenuitspraken 21 mei 2024 en 20 juni 2024

De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 21 mei 2024 geoordeeld dat op basis van het dactyloscopisch onderzoek van 27 februari 2024 ervan wordt uitgegaan dat de opgeëiste persoon de persoon is om wiens overlevering wordt verzocht, [6] dat de omschrijving van de feiten in het EAB voldoet aan de vereisten van artikel 2 OLW Pro en dat de feiten dubbel strafbaar zijn. Ook heeft de rechtbank het onschuldverweer van de opgeëiste persoon verworpen en heeft zij afgezien van de toepassing van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro. Deze overwegingen worden in deze uitspraak als herhaald en ingelast beschouwd (met dien verstande dat in plaats van ‘Duitsland’ moet worden gelezen ‘Frankrijk’, zie voetnoot 6).

5.5. Artikel 11 OLW Pro; detentieomstandigheden in Frankrijk

5.1
Inleiding
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij e-mail van 28 maart 2024 gegarandeerd dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering in de detentie-instelling Lille-Loos-Sequedin of in de detentie-instelling Lille-Annoeullin zal worden geplaatst.
In de tussenuitspraak van 21 mei 2024 heeft de rechtbank de detentieomstandigheden in het regime van voorlopige hechtenis in deze instellingen onderzocht. Uit gegevens van de
Observatoire International des Prisonsbleek dat op 1 januari 2024 sprake was van overbevolking in beide instellingen. Gelet hierop heeft de rechtbank de officier van justitie verzocht enkele vragen ter beantwoording voor te leggen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit, om te kunnen toetsen of sprake is van een algemeen reëel gevaar van onmenselijke of vernederende behandeling als bedoeld in artikel 4 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: het Handvest) voor gedetineerden in de detentie-instellingen Lille-Loos-Sequedin en Lille-Annoeullin.
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij e-mail van 31 mei 2024 informatie verstrekt over de detentieomstandigheden in Lille-Loos-Sequedin en Lille-Annoeullin.
In de tussenuitspraak van 20 juni 2024 heeft de rechtbank op grond van de verstrekte informatie
een algemeen gevaar voor schending van grondrechten ten aanzien van de detentie-instelling Lille-Loos-Sequedin aangenomen. Ten aanzien van de detentie-instelling Lille-Annoeullin heeft de rechtbank geoordeeld dat niet is gebleken van een dergelijk algemeen gevaar. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en geschorst voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit een individuele detentiegarantie voor de opgeëiste persoon te vragen, inhoudende:
  • dat de opgeëiste persoon wordt geplaatst in de detentie-instelling Lille-Annoeullin, of
  • dat bij plaatsing in de detentie-instelling in Lille-Loos-Sequedin hem minimaal 3 m2 persoonlijke ruimte (exclusief sanitair) geboden wordt.
Bij e-mail van 23 juli 2024 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit de garantie gegeven dat de opgeëiste persoon zal worden geplaatst in de detentie-instelling Lille-Annoeullin.
5.2
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft opgemerkt twijfels te hebben over de door de uitvaardigende justitiële autoriteit gegeven antwoorden over de detentieomstandigheden in de detentie-instelling Lille Annoeullin.
5.3
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat er voor de opgeëiste persoon geen gevaar is op schending van zijn grondrechten in detentie in Frankrijk na zijn overlevering. De garantie is verstrekt dat hij wordt geplaatst in de detentie-instelling Lille Annoeullin en ten aanzien van die instelling is geen sprake van een algemeen gevaar op schending van grondrechten.
5.4
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt vast dat de uitvaardigende justitiële autoriteit de garantie heeft verstrekt dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering zal worden geplaatst in de detentie-instelling Lille Annoeullin.
Ten aanzien van deze detentie-instelling heeft de rechtbank in de tussenuitspraak van
20 juni 2024 op grond van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie geoordeeld dat geen sprake is van een algemeen gevaar voor schending van grondrechten. De door de raadsvrouw geuite twijfels ten aanzien van deze informatie zijn niet onderbouwd en geven daarom geen aanleiding voor een ander oordeel.
Gelet op het voorgaande is voor de opgeëiste persoon dus geen sprake van een reëel gevaar dat zijn door het Handvest gewaarborgde grondrechten na overlevering zullen worden geschonden in detentie in Frankrijk. Het bepaalde in artikel 11 OLW Pro staat dan ook niet in de weg aan het toestaan van de overlevering.

6.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW Pro. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

7.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie en 2, 5 en 7 OLW.

8.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Public Prosecutor to the Judicial Court of Lille(Frankrijk) voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M. van Mourik, voorzitter,
mrs. J.P.W. Helmonds en D.A. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 20 augustus 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
5.Zie onderdeel e) van het EAB.
6.De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 20 juni 2024 geconstateerd dat in de tussenuitspraak van