Eiser ontving een naheffingsaanslag parkeerbelasting van €86,25 en betaalde deze niet binnen de gestelde termijn, waarna verweerder een aanmaning met kosten van €8,- stuurde. Eiser maakte bezwaar tegen de aanmaning, dat werd afgewezen in het bestreden besluit. Hiertegen stelde eiser beroep in.
Tijdens de zitting was verweerder aanwezig, maar eiser en zijn gemachtigde verschenen niet. Verweerder gaf aan dat door een vergissing bewijsstukken van verzending van de naheffingsaanslag niet aan het dossier waren toegevoegd en bood aan het bestreden besluit te vernietigen en de aanmaningskosten te laten vervallen.
De rechtbank oordeelde dat hierdoor het geschil feitelijk was komen te vervallen en dat eiser geen procesbelang meer had bij voortzetting van het beroep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan eiser.