Eisers, woonbootbewoners tegenover de projectlocatie, stelden beroep in tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van een woongebouw met 81 appartementen en commerciële plint aan de Zeeburgerdijk in Amsterdam. Zij voerden diverse bezwaren aan, waaronder bouwhoogte, bezonning, windhinder, geluidsoverlast, parkeren, vleermuisbescherming en planschade.
De rechtbank oordeelde dat het college in redelijkheid kon besluiten tot vergunningverlening, behalve op het punt van de parkeerbehoefte. De parkeerberekening was onvoldoende gemotiveerd, hoewel het college in beroep alsnog een onderbouwde berekening overlegde. De overige bezwaren, zoals hoogte, bezonning, geluid en wind, werden verworpen omdat het college aannemelijk maakte dat het bouwplan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit vanwege het gebrek aan motivering over parkeren, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het college de gebreken in beroep had hersteld. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eisers, inclusief een deel van de verlet- en reiskosten, maar niet voor deskundigenkosten omdat het besluit niet op die onderdelen was vernietigd.