Uitspraak
1.De procedure
- het tussenvonnis van 26 april 2024,
- de akte overlegging producties van Nelsons' Holdings, ingediend op de rol van 17 mei 2024,
- de akte uitlaten tevens akte wijziging eis van [eiser] , ingediend op de rol van 7 juni 2024.
Rechtbank Amsterdam
In deze civiele zaak vordert eiser betaling van het bedrag waarvoor derdenbeslag is gelegd op grond van artikel 477a lid 1 Rv, dan wel subsidiair opgave en betaling conform artikelen 476a en 476b Rv. Nelsons' Holdings heeft een derdenverklaring afgelegd met bewijsstukken waaronder arbeidsovereenkomst en loonheffingaangiften.
De kantonrechter oordeelt dat de primaire vordering tot betaling niet toewijsbaar is omdat Nelsons' Holdings aan de eisen van de derdenverklaring heeft voldaan. Vervolgens wordt vastgesteld dat het derdenbeslag betrekking heeft op de loonvordering van Nelson op Nelsons' Holdings van €4.000 bruto per maand vanaf 28 juli 2023. Vorderingen uit geldleningsovereenkomsten worden niet meegenomen in het beslag.
Nelsons' Holdings wordt veroordeeld tot betaling van het netto loonbedrag aan de deurwaarder, met inachtneming van de beslagvrije voet. Daarnaast wordt Nelsons' Holdings veroordeeld in de proceskosten van €4.700,85 en tot betaling van wettelijke rente over deze kosten bij niet-tijdige betaling. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Nelsons' Holdings moet het netto loon vanaf 28 juli 2023 aan de deurwaarder betalen en wordt veroordeeld in de proceskosten.