ECLI:NL:RBAMS:2024:4332
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring OM wegens strafrechtelijke immuniteit gemeente bij vergunningverlening havenwerkzaamheden
De rechtbank Amsterdam behandelde op 2 juli 2024 een zaak tegen een gemeente die werd verdacht van medeplegen van het illegaal lozen van verfschilfers, houtsplinters en isolatiemateriaal in de haven van een plaats, zonder de vereiste vergunning van Rijkswaterstaat. De gemeente had toestemming verleend aan een bedrijf voor sloopwerkzaamheden aan een schip in de haven, waarbij geen vergunning voor het lozen was aangevraagd.
Het Openbaar Ministerie stelde zich ontvankelijk op, stellende dat de gemeente zich een bevoegdheid had toegeëigend die haar niet toekwam, waardoor strafrechtelijke immuniteit niet van toepassing zou zijn. De verdediging voerde aan dat de gemeente strafrechtelijke immuniteit geniet bij de uitvoering van exclusieve bestuurstaken.
De rechtbank oordeelde dat de toestemming voor de werkzaamheden was verleend op grond van de Havenverordening, een exclusieve bestuurstaak van de gemeente. De strafrechtelijke immuniteit wordt alleen doorbroken bij strijd met artikel 2 EVRM Pro, wat hier niet het geval was. Daarom verklaarde de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van de gemeente.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de gemeente wegens strafrechtelijke immuniteit.