ECLI:NL:RBAMS:2024:4258

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 juli 2024
Publicatiedatum
15 juli 2024
Zaaknummer
13/031552-24
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 6 OLWArt. 7 OLWArt. 13 OLW
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel met terugkeergarantie

De rechtbank Amsterdam behandelde het Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door Italië voor de overlevering van een Nederlandse verdachte. Tijdens de zitting van 12 juni 2024 werd het EAB besproken en is de gevangenhouding bevolen. In een tussenuitspraak van 26 juni 2024 oordeelde de rechtbank dat het EAB aan de formele eisen voldoet, dat de feiten lijstfeiten zijn waarvoor dubbele strafbaarheid niet hoeft te worden getoetst, en dat er geen lopende vervolging in Nederland is voor dezelfde feiten.

De verdediging voerde aan dat de stukken onvoldoende waren, wat door de rechtbank werd verworpen. Tevens werd geoordeeld dat de detentiegarantie van de Italiaanse autoriteiten voldoende is om schending van artikel 4 Handvest Pro te voorkomen. De rechtbank wachtte op een terugkeergarantie van Italië om de sociale re-integratie van de verdachte in Nederland te waarborgen.

Op 3 juli 2024 werd de zitting voortgezet en werd de terugkeergarantie van de Italiaanse autoriteiten bevestigd, waarmee is gewaarborgd dat de verdachte, na veroordeling in Italië, zijn straf in Nederland kan uitzitten. De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en stond de overlevering toe.

De uitspraak werd gedaan door de rechtbank Amsterdam in aanwezigheid van drie rechters en griffier, en is onherroepelijk.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de verdachte aan Italië toe onder de voorwaarde van een terugkeergarantie voor het uitzitten van de straf in Nederland.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/031552-24
Datum uitspraak: 3 juli 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 19 april 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). [1] Dit EAB is uitgevaardigd op 19 januari 2024 door
the Court of Florence(Italië), hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit, en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats]
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[BRP-adres]
nu gedetineerd in [penitentiaire inrichting]
hierna ‘de opgeëiste persoon’.

1.Procesgang

Zitting van 12 juni 2024
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 juni 2024, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S. Drent, advocaat in Diemen. Het onderzoek ter zitting is gesloten.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd. [2] Tevens is de gevangenhouding bevolen.
Tussenuitspraak van 26 juni 2024 [3]
De rechtbank heeft in de tussenuitspraak van 26 juni 2024 de grondslag van het EAB vastgesteld.
Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat de dubbele strafbaarheid van de feiten niet hoeft te worden getoetst aangezien de feiten door de Italiaanse autoriteiten zijn aangemerkt als zogenoemde lijstfeiten. Het verweer van de raadsman dat de stukken van het EAB niet genoegzaam zijn is door de rechtbank verworpen.
Voorts heeft de rechtbank overwogen dat er geen sprake is van een lopende vervolging in Nederland van dezelfde feiten als waarvoor de overlevering wordt verzocht. Tevens is geoordeeld dat kan worden afgezien van de weigeringsgrond van artikel 13 OLW Pro. Ten slotte volstaat de door de Italiaanse autoriteiten verstrekte detentiegarantie om het vastgestelde algemene gevaar op schending van artikel 4 Handvest Pro weg te nemen.
De overwegingen 3. tot en met 8. van de tussenuitspraak worden in deze uitspraak als herhaald en ingelast beschouwd.
Het onderzoek is met de tussenuitspraak heropend en voor bepaalde tijd geschorst om de ontvangst van de op 26 april 2024 door het Openbaar Ministerie bij de Italiaanse autoriteiten opgevraagde zogeheten terugkeergarantie af te wachten.
Zitting van 3 juli 2024
De behandeling van het EAB is met instemming van partijen voortgezet in de stand van de vorige zitting in aanwezigheid van mr. M. Al Mansouri, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. S. Drent, advocaat in Diemen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.

3.De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW

De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. De rechtbank stelt, met de officier van justitie en de raadsvrouw, vast dat de opgeëiste persoon daarnaast zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
The Director Generalte Rome heeft op 11 juni 2024 de volgende garantie gegeven:
“The condition as per Article 5, paragraph 3 of EU Council Framework Decision no. 2002/584/JHA of 13th June 2002 is binding for the Italian judicial authority when it is applied by the Member State executing a European Arrest Warrant against its own nationals who have been surrendered to the Italian State.
So [opgeëiste persoon] may be returned to the Kingdom of Holland, when the conviction becomes irrevocable, to serve hir custodial sentence there.”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.

4.Slotsom

De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.

5.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 2, 5, 6, 7 en 13 OLW.

6.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan
the Court of Florence(Italië), voor de feiten zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. M.T.C. de Vries, voorzitter,
mrs. A.J.R.M. Vermolen en D.A. Segbedzi, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.L. van Loon, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 3 juli 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Zie artikel 23 Overleveringswet Pro.
2.Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.