Uitspraak
zorgaanbieder: GGZ inGeest,
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 juni 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die bekend is met een dissociatieve identiteitsstoornis en complexe PTSS met chronische suïcidaliteit.
Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan dat zij het leven niet meer ziet zitten en een euthanasietraject ambieert, waarbij zij de klinische opname als zinloos ervaart. De psychiater gaf aan dat er geen sprake meer is van psychotische kenmerken en dat verplichte zorg niet de voorkeur heeft. Het ambulante behandelteam bepaalt het beleid, waarbij samenwerking en respect voor de wensen van betrokkene centraal staan.
De rechtbank weegt de autonomie van betrokkene zwaarder dan de doelmatigheid van voortzetting van de crisismaatregel. De opname is bedoeld om suïcide te voorkomen, maar gezien de situatie acht de rechtbank verlenging niet noodzakelijk. De rechtbank benadrukt het belang van voortgezet overleg tussen betrokkene en behandelaren en wijst het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel af.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel af omdat de autonomie van betrokkene zwaarder weegt dan de doelmatigheid van verplichte zorg.