ECLI:NL:RBAMS:2024:3983

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
25 juni 2024
Publicatiedatum
4 juli 2024
Zaaknummer
752733/ FA RK 24.4122
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verlenging crisismaatregel wegens zwaarder wegende autonomie betrokkene

De rechtbank Amsterdam behandelde op 25 juni 2024 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die bekend is met een dissociatieve identiteitsstoornis en complexe PTSS met chronische suïcidaliteit.

Tijdens de mondelinge behandeling gaf betrokkene aan dat zij het leven niet meer ziet zitten en een euthanasietraject ambieert, waarbij zij de klinische opname als zinloos ervaart. De psychiater gaf aan dat er geen sprake meer is van psychotische kenmerken en dat verplichte zorg niet de voorkeur heeft. Het ambulante behandelteam bepaalt het beleid, waarbij samenwerking en respect voor de wensen van betrokkene centraal staan.

De rechtbank weegt de autonomie van betrokkene zwaarder dan de doelmatigheid van voortzetting van de crisismaatregel. De opname is bedoeld om suïcide te voorkomen, maar gezien de situatie acht de rechtbank verlenging niet noodzakelijk. De rechtbank benadrukt het belang van voortgezet overleg tussen betrokkene en behandelaren en wijst het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel af.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot verlenging van de crisismaatregel af omdat de autonomie van betrokkene zwaarder weegt dan de doelmatigheid van verplichte zorg.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/752733 – FA RK 24/4122
kenmerk: VCM/IND/140305
Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking van 25 juni 2024van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
verblijvende te [verblijfadres] ,
zorgaanbieder: GGZ inGeest,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M. de Klerk te Haarlem.

1.Procesverloop

Bij verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 24 juni 2024, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 21 juni 2024 opgelegde crisismaatregel.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 25 juni 2024 op de locatie van GGZ inGeest, [verblijfadres] . Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene;
- de raadsman;
- dhr. O. Kluin, psychiater;
- [naam] , verpleegkundige.
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte, is hij niet bij de mondelinge behandeling verschenen.

2.Beoordeling

Betrokkene heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat het momenteel niet zo goed met haar gaat en dat zij het leven niet meer ziet zitten. Betrokkene heeft hier al heel lang last van, maar sinds een half jaar is dit toegenomen, sinds haar zus euthanasie heeft gekregen. Betrokkene geeft aan dat zij ook op de wachtlijst staat voor een euthanasietraject en dat ze hier erg blij mee is, maar dat het erg lang duurt. Betrokkene ziet geen perspectief meer en ziet het nut er niet van in om in een kliniek te verblijven als niemand haar kan helpen met haar doodswens. Ze heeft het gevoel dat niemand haar begrijpt of serieus neemt. Tijdens haar laatste, recente opname in [verblijfplaats] , met een verlengde crisismaatregel, heeft zij mooi weer gespeeld, zodat zij zo snel mogelijk met ontslag kon om haar suïcide voor te bereiden. Ze wil haar eigen keuzes kunnen maken.
De advocaat heeft namens betrokkene afwijzing bepleit, omdat betrokkene graag zelf keuzes wil maken en er geen sprake (meer) is van een psychische stoornis.
De psychiater heeft tijdens de mondelinge behandeling medegedeeld dat hij het lastig vindt om antwoord te geven op de vraag of een voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk en doelmatig is. Er is nu geen sprake meer van psychotische kenmerken. Verplichte zorg heeft niet de voorkeur. De psychiater wil dat dat het goed blijft gaan met betrokkene, maar dat zij ook de wensen van betrokkene willen accepteren. Zij is nu opgenomen in verband met acute suïcidaliteit, terwijl het ambulante team het behandelbeleid bepaalt. De psychiater heeft aangegeven dat het nu belangrijk is dat er met het ambulant team een strategie wordt bepaald, die voor betrokkene meer duidelijk geeft. Een goede samenwerking is belangrijk. De autonomie van betrokkene staat centraal.
De rechtbank overweegt als volgt. Betrokkene is blijkens de medische verklaring bekend met een dissociatieve identiteitsstoornis en complexe PTSS met chronische suïcidaliteit. Sinds een maand heeft zij last van stemmen die haar vertellen dat ze een einde moet maken aan haar leven. Ter zitting heeft de psychiater aangegeven dat op dit moment geen sprake meer is van de eerder gestelde imperatieve akoestische hallucinaties en dat hiervoor geen behandeling plaatsvindt. De opname is bedoeld om te voorkomen dat dat betrokkene zich suïcideert. Het belangrijk dat betrokkene serieus genomen wordt in haar bestendige euthanasiewens. De autonomie van betrokkene weegt op dit moment voor de rechtbank zwaarder dan de doelmatigheid van de verplichte zorg. De rechtbank geeft aan dat het wel belangrijk is dat betrokkene in gesprek blijft met haar behandelaren en hoopt dat betrokkene de juiste keuzes maakt. De rechtbank zal om bovenstaande redenen de voortzetting crisismaatregel afwijzen.

3.Beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 25 juni 2024 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. P.B. Martens, rechter, bijgestaan door A.J.A. Diederen als griffier en op 2 juli 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open
.